De voorzitter opent de zitting op 26/01/2026 om 20:00.
Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Besluit van de Vlaamse regering van 10 maart 2006 houdende de vaststelling van de regels voor de scheiding tussen gemeentelijke en bovengemeentelijke saneringsverplichting en de vaststelling van zoneringsplannen.
Richtlijn 2000/60/EG van het Europees parlement en de raad van 23 oktober 2000 tot vaststelling van een kader voor communautaire maatregelen betreffende het waterbeleid (Europese Kaderrichtlijn Water).
Decreet van 30 november 2018 tot bekrachtiging van de coördinatie van de waterregelgeving in het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en tot opheffing van de gecoördineerde regelgeving.
Besluit van de Vlaamse Regering van 5 mei 2017 betreffende de subsidiëring van de werken, vermeld in artikel 2.6.1.3.1, § 1 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, gecoördineerd op 15 juni 2018, het laatst gewijzigd bij besluit van 10 mei 2019 houdende aanpassing van diverse besluiten van de Vlaamse Regering aan de terminologie van het bestuursdecreet van 7 december 2018.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur
Besluit van de Vlaamse regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het laatst gewijzigd bij besluit van 16 oktober 2015 tot wijziging van het besluit van de Vlaamse Regering van 6 februari 1991 houdende vaststelling van het Vlaams reglement betreffende de milieuvergunning, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 9 september 2005 betreffende de geografische indeling van watersystemen en de organisatie van het integraal waterbeleid in uitvoering van Titel I van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid en het besluit van de Vlaamse Regering van 26 april 2013 tot vaststelling van het geactualiseerde monitoringprogramma van de watertoestand ter uitvoering van artikel 67 en 69 van het decreet van 18 juli 2003 betreffende het integraal waterbeleid, wat betreft de omzetting van richtlijn 2013/39/EU en richtlijn 2009/90/EG.
Besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het laatst gewijzigd bij besluit van 21 mei 2021 tot wijziging van het Mestdecreet van 22 december 2006, het besluit van de Vlaamse Regering van 1 juni 1995 houdende algemene en sectorale bepalingen inzake milieuhygiëne, het besluit van de Vlaamse Regering van 12 december 2008 tot uitvoering van titel XVI van het decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid, het VLAREL en de VLAREME van 22 oktober 2016.
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 15 december 2025 betreffende Riopact 'goedkeuren takenpakket 2026'
Woningen binnen het individueel te optimaliseren buitengebied beschikken op vandaag vaak enkel over een septische put of lozen rechtstreeks hun afvalwater in de oppervlaktewateren. Door de installatie van een IBA wordt dit afvalwater gezuiverd en komt er bijgevolg ook enkel nog gezuiverd effluent in de grachten en beken.
In het besluit van de Vlaamse regering over de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting, dat goedgekeurd werd op 23 februari 2024, is opgenomen dat steden en gemeenten een collectief aanbod voor IBA ’s moeten aanbieden aan de inwoners. Het collectief aanbod betekent dat bewoners beroep kunnen doen op de gemeente voor de plaatsing en het onderhoud van hun IBA.
Met het invoeren van het collectief aanbod voor IBA 's en het behouden van de subsidie voor IBA ’s in eigen beheer zet de gemeente Ardooie in op een toename van het aantal goed werkende IBA ’s. Deze toename zal zorgen voor een positieve invloed op de waterkwaliteit van onze grachten, beken en waterlopen.
Het gemeentebestuur gaat over tot collectief plaatsen van IBA 's in samenwerking met Aquafin en dit via de Riopact overeenkomst. De aanleg van IBA 's via een collectief systeem is opgenomen in het Rio-Pact takenpakket 2026 en zal de komende jaren ook worden opgenomen.
Eigenaars van woningen waarvoor vóór inwerkingtreding van onderhavig reglement een geldige stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning werd afgeleverd waarin de aanleg van een IBA werd opgenomen in de vergunningsvoorwaarden, komen niet in aanmerking voor aanleg van een IBA via het collectief systeem.
Door aanleg van de IBA via het collectief systeem wordt de burger ontzorgd. De gemeente zorgt niet enkel voor de plaatsing van de IBA, maar ook voor de afkoppelingswerken en de keuring zodoende zijn er geen kosten voor de burger (tenzij energiekosten van de IBA).
In kader van dit reglement wordt een standaard overeenkomst inzake de levering, plaatsing en het beheer van een individuele behandelingsinstallatie van afvalwater (IBA) en de bijhorende afkoppeling van regen- en afvalwater opgemaakt. Dit is de overeenkomst die wordt afgesloten tussen gemeentebestuur en de (mede)eigenaar van het (woon)gebouw waar een IBA wordt geplaatst.
De uitgave hiervoor wordt voorzien in het meerjarenplan 2026-2031 (jaarlijks € 300.000)
Art. 1: Het gemeentebestuur van Ardooie voorziet voor de woningen in het individueel te optimaliseren buitengebied een systeem van collectieve levering, plaatsing en beheer van individuele behandelingsinstallaties voor huishoudelijk afvalwater (collectief beheerde IBA ’s), in uitvoering van de Riopact-overeenkomst.
Art. 2: De afkoppelingswerken omvatten het plaatsen van een individuele waterzuiveringsinstallatie (IBA) op het terrein van de eigenaar van de woning. Deze IBA blijft eigendom van de gemeente en dient te allen tijde bereikbaar te zijn voor controle en onderhoud door de gemeentediensten of haar aangestelden. Dit is nodig om de installaties te beschermen en om na te gaan of de gebruiker van de installatie zijn wettelijke en reglementaire plichten naleeft. Deze interventie brengt voor de gemeente of haar aangestelden – behoudens aantoonbare fout - geen enkele verplichting of aansprakelijkheid mee.
De IBA wordt geplaatst, gewijzigd, hersteld en onderhouden door toedoen, op kosten en onder de verantwoordelijkheid van de gemeente en blijft haar eigendom. De gemeente stelt deze IBA kosteloos en voor onbepaalde duur ter beschikking aan de bewoners, die deze conform alle wettelijke verplichtingen dient te gebruiken. Deze werken worden uitgevoerd in het kader van openbaar nut. De bewoner zorgt dat steeds alle nutsvoorzieningen beschikbaar zijn voor de werking van de IBA, inzonderheid elektriciteit. De kosten van het verbruik van deze nutsvoorzieningen worden door de bewoner gedragen.
De bewoner dient conform alle wettelijke verplichtingen te lozen.
Ten indicatieven titel wordt volgende niet limitatieve lijst van verboden te lozen producten overgemaakt :
Indien wordt vastgesteld dat de lozing in de IBA niet conform de wettelijke verplichtingen en de code van goede praktijk gebeurd is, vallen de herstellingskosten ten laste van de gebruiker.
Art. 4: De werken voor het plaatsen van een IBA worden in opdracht van de gemeente en ten laste van de gemeente uitgevoerd door een geregistreerde en erkende aannemer onder toezicht van de gemeente of een aangestelde van de gemeente. De werken en kosten verbonden aan het scheiden van het afvalwater en het hemelwater evenals de navolgende keuring van het private rioleringsstelsel zijn eveneens inbegrepen in de plaatsing van de IBA en de gemeente zal ook die kosten op zich nemen.
Art. 5: Een afkoppelingsdeskundige wordt aangesteld door het gemeentebestuur. De afkoppelingswerken worden uitgevoerd volgens het door de gemeente goedgekeurd ontwerpplan. De afkoppelingsdeskundige maakt een ontwerpplan op. Er wordt gezocht naar de meest economische oplossing. Indien de eigenaar een andere, duurdere oplossing wenst, dient hij volledig in te staan voor alle meerkosten t.o.v. voorstel afkoppelingsdeskundige.
Art. 6: De eigenaars van de woning sluiten een overeenkomst af met de rioolbeheerder. Deze overeenkomst zal minstens volgende omvatten:
Art. 7: Eigenaars die de overeenkomst niet wensen te ondertekenen, zijn verplicht op eigen kosten te zorgen voor aanleg van een IBA bij hun onroerende eigendom.
Art. 8: Eigenaars van woningen, waarvoor vóór inwerkingtreding van dit reglement een geldige stedenbouwkundige vergunning of omgevingsvergunning werd afgeleverd waarin de aanleg van een IBA werd opgenomen in de vergunningsvoorwaarden, komen niet in aanmerking voor aanleg van een IBA via dit reglement.
Art. 9: Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2026.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 40 en 41, betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad.
De wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht van bestuurshandelingen, en latere wijzigingen.
Het Bestuursdecreet van 7 december 2018.
Het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen, meer bepaald artikelen 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht.
De wet van 17 juni 2013 betreffende de motivering, de informatie en de rechtsmiddelen inzake overheidsopdrachten, bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en concessies, en latere wijzigingen.
De wet van 17 juni 2016 en latere wijzigingen inzake overheidsopdrachten, meer bepaald artikel 41, §1, 2° (het geraamde bedrag excl. btw overschrijdt de drempel van € 750.000,00 niet).
Het koninklijk besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten, en latere wijzigingen.
Het koninklijk besluit van 18 april 2017 betreffende plaatsing overheidsopdrachten klassieke sectoren, en latere wijzigingen.
Het college van burgemeester en schepenen besliste in zitting van 19 februari 2024 de ontwerpopdracht voor de opdracht “Herinrichting Prinsendreef” toe te wijzen aan Studiebureau Demey bvba, Beversesteenweg 314 te 8800 Roeselare.
In het kader van deze opdracht werd een bestek met nr. OO-2603-G opgesteld door de ontwerper, Studiebureau Demey bvba, Beversesteenweg 314 te 8800 Roeselare.
De uitgave voor deze opdracht wordt geraamd op € 652.513,85 excl. btw of € 789.541,76 incl. 21% btw (€ 137.027,91 btw medecontractant).
Er wordt voorgesteld de opdracht te gunnen bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Art. 1 : Het bestek met nr. OO-2603-G en de raming voor de opdracht “Herinrichting Prinsendreef”, opgesteld door de ontwerper, Studiebureau Demey bvba, Beversesteenweg 314 te 8800 Roeselare worden goedgekeurd. De lastvoorwaarden worden vastgesteld zoals voorzien in het bestek en zoals opgenomen in de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten voor aannemingen van werken, leveringen en diensten. De raming bedraagt € 652.513,85 excl. btw of € 789.541,76 incl. 21% btw (€ 137.027,91 btw medecontractant).
Art. 2 : Bovengenoemde opdracht wordt gegund bij wijze van de vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking.
Art. 3 : De aankondiging van de opdracht wordt ingevuld, goedgekeurd en bekendgemaakt op nationaal niveau.
Art. 4 : De uitgave voor deze opdracht is voorzien in het investeringsbudget oud van 2026, op budgetcode 0945-01/2240000/BESTUUR/CBS/0/IP02 (actie 1.2.2).
Wet van 29 juli 1991 betreffende de uitdrukkelijke motiveringsplicht in hoofde van administratieve overheden;
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Kaderrichtlijn water
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 betreffende de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting
Gemeenteraadsbeslissing van 30 juni 2025 waarbij een overeenkomst werd goedgekeurd met De Watergroep, in het raam van de decretale saneringsverplichting in hoofde van De Watergroep
De gemeenteraad dient de bijdrage voor opvang en transport (BOT) van het van abonnees afkomstige afvalwater en de vergoeding aan te rekenen aan de eigen waterwinners (VEW) als bijdrage in de kosten voor het opvangen en transporteren van huishoudelijk afvalwater vast te stellen, die van toepassing zal zijn vanaf 1 januari 2026.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 23 februari 2024 betreffende de invulling van de gemeentelijke saneringsverplichting (in werking getreden op 18 april 2024) legt een aantal openbare dienstverplichtingen op aan de gemeentelijke rioolbeheerders.
In het kader van de overeenkomst betreffende de overdracht van de gemeentelijke saneringsverplichting (het saneringscontract), is De Watergroep verplicht om de rioolbeheerder te bevragen over de saneringstarieven die de gemeente wenst toe te passen voor het kalenderjaar 2026.
De gemeente bepaalt in overleg met De Watergroep jaarlijks en uiterlijk vóór 31 januari en overeenkomstig de bepalingen bedoeld in afdeling I, II en III van hoofdstuk III van titel IV van het Decreet de in deze afdelingen bedoelde economische, ecologische en sociale kortingen die van toepassing zullen zijn tijdens dat kalenderjaar.
Het decretaal maximaal toegelaten tarief voor de gemeentelijke bijdrage is het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage vermenigvuldigd met een factor. Voor het jaar 2026 is deze factor 1,15. Deze is onveranderd gebleven ten opzichte van het jaar 2025.
Het decretaal maximaal toegelaten tarief voor de gemeentelijke bijdrage van de openbare IBA's is het tarief van de bovengemeentelijke bijdrage vermenigvuldigd met een factor. Voor het jaar 2026 is deze factor 2,15.
De bijlagen 1 en 2 bij de overeenkomst met betrekking tot de overdracht van de gemeentelijke saneringsverplichting (saneringscontract) worden goedgekeurd.
De tarieven gelden voor het jaar 2026.
Deze gemeenteraadsbeslissing met de bijgevoegde twee bijlagen wordt bezorgd aan BOT@dewatergroep.be.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur (artikelen 40, §3 en 41, tweede lid, 14°)
Decreet van 5 april 1995 houdende algemene bepalingen inzake milieubeleid (DABM) (artikelen 16.1.2., 2° en art 16.6.3, §2);
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (Materialendecreet) (artikel 12);
Besluit van de Vlaamse Regering van 17 februari 2012 tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (VLAREMA);
Het Algemeen Politiereglement van de gemeente Ardooie, goedgekeurd door de gemeenteraad op 3 juli 201, laatst gewijzigd op 27 november 2023.
De gemeente en haar burgers worden regelmatig geconfronteerd met afvalstoffen die worden achtergelaten op niet-reglementaire wijze.
Het is noodzakelijk dat sluikstort zo vlug mogelijk verwijderd wordt, omdat dit past in een algemeen streven naar een nette en leefbare gemeente.
Het verwijderen en verwerken van deze achtergelaten afvalstoffen vergt extra inspanningen van de gemeentelijke diensten en/of het inzetten van een externe firma en gaat gepaard met extra kosten voor de gemeente.
Deze kosten worden berekend en verhaald op de sluikstorter tegen een kostendekkend tarief.
Art. 1. Grondslag retributie en geldigheidstermijn
Vanaf 1 maart 2026 tot en met 31 december 2031 wordt een retributie vastgesteld voor het verwijderen en verwerken van afvalstoffen, achtergelaten op niet-reglementaire wijze.
Art. 2. Retributieplichtige
De retributie is verschuldigd door de persoon die de afvalstoffen achtergelaten heeft. De persoon die de opdracht of de toelating gaf of de eigenaar van de afvalstoffen is hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling van de retributie. Wat betreft hondenpoep is de begeleider of diegene die voor hem/haar burgerlijk aansprakelijk is, de retributie verschuldigd.
Art. 3. Retributietarief en berekeningswijze
De retributie wordt als volgt berekend en vastgesteld:
a) Loonkosten van werklieden tijdens het verwijderen van achtergelaten afvalstoffen: € 50,00/uur/personeelslid
b) lnzetten van een voertuig met chauffeur tijdens het verwijderen van de achtergelaten afvalstoffen: € 100,00/uur
c) Overslag en verwerken: effectieve kostprijs
d) Verbruikte goederen en/of materiaal: tegen aankoopprijs
e) In geval van verwijdering en/of verwerking door een externe firma op verzoek van de gemeente: aanrekening aan de werkelijke kostprijs volgens de factuur van de externe firma.
f) 10% administratieve kosten worden aangerekend bij tarieven.
Art. 4. Betalingswijze en -termijn
De retributie is verschuldigd na het verstrekken van de dienst en dit op basis van een door het gemeentebestuur toegezonden betalingsverzoek. De retributie dient betaald te worden via overschrijving op de bankrekening van de gemeente binnen de dertig dagen na toezending van het betalingsverzoek.
Bij gebrek aan betaling binnen deze termijn, zal het verschuldigde bedrag worden ingevorderd op basis van artikel 177 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 of via een procedure bij de burgerlijke rechtbank.
Art. 5. Bekendmaking
Dit besluit wordt bekendgemaakt overeenkomstig artikel 286 tot en met 288 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
Art. 6. Inwerkingtreding
Dit reglement treedt in werking op 1 maart 2026
Art. 7. Melding aan de toezichthoudende overheid
Overeenkomstig artikel 330 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 wordt de toezichthoudende overheid op de hoogte gebracht van de bekendmaking van dit besluit.
Besluit van de Vlaamse Regering van 20 januari 2023.
Rechtspositieregeling van de gemeente, goedgekeurd in de gemeenteraad van 30 juni 2025
De Vlaamse Regering heeft minimale voorwaarden vastgesteld waaraan de rechtspositieregeling van lokale en provinciale besturen moet voldoen. De besturen werken hun lokale rechtspositieregeling zelf uit binnen die krijtlijnen, waarbij ze beschikken over een grote mate van autonomie en een ruim scala aan keuzes. Ze verwerken daarnaast ook andere hogere normen, zoals de Arbeidsovereenkomstenwet, regeling rond tijdskrediet, …
De rechtspositieregeling werd goedgekeurd in zitting van het College van Burgemeester en Schepenen van 2 mei 2025. De nieuwe rechtspositieregeling werd besproken op het Bijzonder Onderhandelingscomité op 16 juni 2025 en protocol is afgesloten. De rechtspositieregeling werd op 30 juni 2025 in de raad goedgekeurd.
Aansluitend werd een nieuw arbeidsreglement opgemaakt, dit werd goedgekeurd in zitting van het College van Burgemeester en Schepenen van 3 november 2025. Het nieuw arbeidsreglement werd besproken en gunstig geadviseerd op het Bijzonder Onderhandelingscomité van 8 december 2025.
Nieuw arbeidsreglement en uittreksel Bijzonder Onderhandelingscomité is gevoegd in bijlage.
De raad stelt het nieuw arbeidsreglement voor het personeel vast, zoals opgenomen in bijlage bij dit besluit.
Het arbeidsreglement wordt van kracht vanaf 1 februari 2026.
De voorzitter sluit de zitting op 26/01/2026 om 20:37.
Namens Gemeenteraad,
Dominiek Pillaert
Algemeen directeur
Hein Defour
Voorzitter