De voorzitter opent de zitting op 24/11/2025 om 20:00.
Het verslag van de vorige zitting wordt goedgekeurd.
Gemeenteraadsbeslissing van 30 juni 2025 houdende goedkeuring jaarrekening AGB dienstjaar 2024
De jaarrekening AGB dienstjaar 2024 is goedgekeurd door ABB (afdeling binnenlands bestuur).
Kennisname dat de jaarrekening AGB dienstjaar 2024 goedgekeurd is door ABB (afdeling binnenlands bestuur).
De wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, in bijzonder artikel 40, derde en zesde lid en artikel 71, eerste lid
Het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Bij de verdeling van de dotaties in het politiecollege werd rekening gehouden met de verdeelsleutel zoals bepaald in het koninklijk besluit van 16 november 2001 houdende de nadere regels inzake de berekening en de verdeling van de gemeentelijke dotaties in de schoot van een meergemeentepolitiezone.
De toelage voor de gemeente Ardooie bedraagt € 868.744,25
De toelage wordt opgesplitst in exploitatietoelage (€ 824.710,73) en investeringstoelage (€ 56.624,01)
Visum financieel directeur is verleend op 13 november 2025.
|
|
Verdeelsleutel |
Gemeentelijke bijdrage politiezone 2026 |
| Ardooie |
14,75 % |
868.744,00 |
| Lichtervelde |
12,54 % |
738.580,00 |
| Pittem |
9,28 % |
546.573,00 |
| Tielt |
37,36 % |
2.200.426,00 |
| Meulebeke |
1.198.269,00 |
|
| Totaal Tielt + Meulebeke |
|
3.398.695,00 |
| Wingene |
26,07% |
1.535.469,00 |
| Totaal PZ Regio Tielt |
100,00% |
7.088.061,00 |
Totale gemeentelijke dotatie voor 2026 bedraagt € 868.744,00 (€ 824.710,73 exploitatietoelage en € 56.624,01 investeringstoelage)
gunstig mits goedkeuring mjp 2026-2031
Gunstig visum 2026/3 + 2026/4 van Veroniek Seynaeve van 13 november 2025
De politiedotatie t.b.v. van € 868.744,00 voor de gemeente Ardooie zoals voorzien in de ontwerp politiebegroting 2026 voor de politiezone Tielt – Ardooie – Lichtervelde – Pittem - Wingene wordt goedgekeurd.
Het bedrag van € 868.744,25 waarvan € € 812.120,24 exploitatietoelage en € 56.624,01 investeringstoelage zal worden voorzien in het gemeentelijk meerjarenplan voor het jaar 2026.
Deze beslissing wordt bezorgd aan de politiezone Tielt (katrien.wallecam@police.belgium.eu) en aan de Gouverneur (FOD Binnenlandse Zaken, Federale diensten gouverneur West-Vlaanderen, FAC Kamgebouw, K. Albert I-laan 1-5 bus 6, 8200 Brugge).
Decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017 en latere wijzigingen inzonderheid de artikels 40 en 41 betreffende de bevoegdheden van de gemeenteraad en de artikels 326 tot en met 341 betreffende het bestuurlijk toezicht
Wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 § 1 dat bepaalt dat de gemeentelijke dotatie wordt ingeschreven in de uitgaven van elke gemeentebegroting
Wet van 15 mei 2007 betreffende de Civiele Veiligheid en meer bepaald artikel 68 § 2 dat bepaalt: ‘de dotaties van de gemeenten van de zone worden jaarlijks vastgelegd door de raad op basis van een akkoord, bereikt tussen de verschillende betrokken gemeenteraden. Het akkoord wordt bereikt ten laatste op 1 november van het jaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de dotatie bestemd is.
De gemeente Ardooie wordt conform het Koninklijk Besluit van 2 februari 2009 tot vaststelling van de territoriale afbakening van de hulpverleningszones, ingedeeld in hulpverleningszone 2 West-Vlaanderen (verder Zone Midwest genoemd)
De Zone Midwest bereikte in zitting van de zoneraad op 24 juni 2025 een akkoord m.b.t. de meerjarenbegroting 2026-2031 inclusief de financiële verdeelsleutel die de dotatie voor brandweer en ambulance aan de Zone Midwest bepaalt van elke gemeente
De Zone Midwest besprak in zitting van het zonecollege op 26 augustus 2025 de pré-begroting
De begrotingscommissie van Zone Midwest verleende op 16 september 2025 een positief advies
De Zone Midwest keurde in zitting van het zonecollege op 26 september 2025 de ontwerpbegroting goed
De financiële verdeelsleutel en de meerjarenbegroting 2026-2031 werden opnieuw bevestigd door de zoneraad in zitting van 26 september 2025
Een informatievergadering voor de gemeentebesturen vond plaats op donderdag 2 oktober 2025
De begroting voor het financieel dienstjaar 2026 werd goedgekeurd door de zoneraad in zitting van 24 oktober 2025
De totale exploitatietoelage van de gemeenten bedraagt voor 2026 voor brandweer € 7.611.414,00 en voor ziekenwagendiensten € 231.723,00
De totale investeringstoelage voor 2026 bedraagt voor brandweer € 1.910.000,00 en ziekenwagendiensten € 200.000,00
De totale gemeentelijk gezamenlijke toelage bedraagt € 9.953.137,00
De exploitatietoelage voor de gemeente Ardooie wordt vastgesteld op € 291.714 en de investeringstoelage voor de gemeente Ardooie wordt vastgesteld op € 86.445. Deze kredieten werden voor het jaar 2026 in het MJP 2026-2031 ingeschreven
Het visum van de financieel directeur op de ingeschreven toelagen verleend op 13 november 2026.
Gunstig visum nvt van Financiën van 13 november 2025
Art. 1 De gemeenteraad neemt akte van de financiële verdeelsleutel die de jaarlijkse bijdrage van elke gemeente aan de Zone Midwest vastlegt en die door de zoneraad in zitting van 26 september 2025 voor de begroting 2026 werd herbevestigd.
Art. 2 De gemeenteraad gaat akkoord met de exploitatietoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:
| brandweer | ziekenwagen | |
| Ardooie | € 278.969,00 | € 12.745,00 |
| Dentergem | € 217.085,00 | € 788,00 |
| Hooglede | € 301.960,00 | € 10.520,00 |
| Ingelmunster | € 306.518,00 | € 7.577,00 |
| Izegem | € 762.105,00 | € 33.275,00 |
| Lichtervelde | € 231.844,00 | € 10.034,00 |
| Moorslede | € 287.452,00 | € 8.273,00 |
| Oostrozebeke |
€ 210.431,00 | € 3.059,00 |
| Pittem | € 220.646,00 | € 7.948,00 |
| Roeselare | € 2.961.862,00 | € 103.395,00 |
| Staden |
€ 314.420,00 | € 11.123,00 |
| Tielt | € 971.681,00 | € 15.479,00 |
| Wingene | € 546.441,00 | € 7.507,00 |
| € 7.611.414,00 | € 231.723,00 |
Art. 3 De gemeenteraad gaat akkoord met de investeringstoelage aan de Zone Midwest voor 2026 die in de onderstaande tabel wordt weergegeven:
| brandweer | ziekenwagen | |
| Ardooie | € 75.445,00 | € 11.000,00 |
| Dentergem | € 53.671,00 | € 680,00 |
| Hooglede | € 81.557,00 | € 9.080,00 |
| Ingelmunster | € 81.557,00 | € 6.540,00 |
| Izegem | € 219.077,00 | € 28.720,00 |
| Lichtervelde | € 63.030,00 | € 8.660,00 |
| Moorslede | € 77.164,00 | € 7.140,00 |
| Oostrozebeke |
€ 52.143,00 | € 2.640,00 |
| Pittem | € 59.210,00 | € 6.860,00 |
| Roeselare | € 654.175,00 | € 89.240,00 |
| Staden |
€ 84.995,00 | € 9.600,00 |
| Tielt | € 260.906,00 | € 13.360,00 |
| Wingene | € 147.070,00 | € 6.480,00 |
| € 1.910.000,00 | € 200.000,00 |
Art. 4 Een afschrift van dit besluit wordt overgemaakt aan de voorzitter van de zoneraad van Zone Midwest, Kwadestraat 159 te 8800 Roeselare én aan de zonesecretaris van Zone Midwest.
Art. 5 Deze beslissing wordt bekendgemaakt in toepassing van artikel 286 en 287 van het decreet over het lokaal bestuur.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Wetboek van inkomstenbelasting en meer bepaald op art. 464 tot en met 470/2
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 over de gemeentefiscaliteit
De financiële toestand van de gemeente vereist dat het evenwicht tussen de gemeentelijke ontvangsten en uitgaven behouden blijft.
In de voorbije decennia werd steeds een aanvullende gemeentebelasting op de personenbelasting van 6% geheven.
Geraamd bedrag ontvangsten in 2026: € 2.859.346,59
Art. 1: Er wordt voor het aanslagjaar 2026 een aanvullende belasting gevestigd ten laste van de rijksinwoners die belastbaar zijn in de gemeente op 1 januari van dit aanslagjaar.
Art.2: De belasting wordt vastgesteld op 6% van de overeenkomstig artikel 466 van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 berekende grondslag voor hetzelfde aanslagjaar. Deze belasting wordt gevestigd op basis van het inkomen dat de belastingplichtige heeft verworven in het aan het aanslagjaar voorafgaande jaar.
Art. 3: De vestiging en de inning van de gemeentelijke belasting zullen gebeuren door toedoen van het bestuur der directe belasting zoals bepaald in art. 469 van het Wetboek op de inkomstenbelasting.
Art. 4: Dit reglement wordt bekend gemaakt overeenkomstig decreet lokaal bestuur van 17 december 2017, inz. artikel.285-286-287.
Artikel 41, 162 en 170, §4 van de coördinerende Grondwet van 17 februari 1994
Artikel 464/1, 1° van het Wetboek van Inkomstenbelastingen 1992
Artikel 2.1.4.0.2 en artikel 3.1.0.0.4 van het decreet van 13 december 2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit
Decreet over het Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Gelet op de financiële toestand van de gemeente.
De gemeentebelasting op onroerende voorheffing is al decennia lang vastgelegd op 598 (rekening houdend met het gewijzigde artikel 2.1.4.0.1 van de Vlaamse Codex Fiscaliteit de basisheffing van de onroerende voorheffing in het Vlaams Gewest vanaf het aanslagjaar 2018 steeg van 2,5% naar 3,97% van het kadastraal inkomen waardoor opcentiemen daalden van 950 naar 598)
Geraamd bedrag ontvangsten in 2026: € 3.643.874
Art. 1: Voor het aanslagjaar 2026 worden ten bate van de gemeente 598 (vijfhonderd achtennegentig) gemeentelijke opcentiemen op de onroerende voorheffing geheven .
Art. 2: De vestiging en de inning van de gemeentebelasting gebeuren door toedoen van de Vlaamse Belastingdienst.
Art. 3: Deze verordening wordt bekend gemaakt overeenkomstig decreet lokaal bestuur van 17 december 2017, inz. artikel.285-286-287.
Artikel 170 §4 van de Grondwet
Artikel 40 van het Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, zoals tot op heden gewijzigd
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 d.d. 15 februari 2019 van de Vlaamse Minister van Binnenlands Bestuur, Inburgering, Gelijke Kansen, Wonen en Armoedebestrijding betreffende gemeentefiscaliteit
De motivatie die aan de grondslag ligt van het heffen van een verhaalbelasting op het aanleggen van wegen is:
Art. 1: Er wordt voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 een gemeentebelasting geheven op heraanleg van opritten (zone vanaf de woning tot het voetpad of tot de grens met de straat, indien er geen voetpad is), verricht door de zorg van het gemeentebestuur, ten laste van de aanpalende eigenaars. Hierop kan uitzondering worden gemaakt in de gevallen voorzien door artikel 4. De belasting wordt slechts geheven voor zover nooit een gelijkaardige verhaalbelasting of een retributie werd toegepast, voor wat betreft de stroken waarop deze werken werden uitgevoerd.
Art. 2:
§ 1 Onderworpen aan een belasting, waarbij de totaliteit van de gedane kosten wordt teruggevorderd, zijn: de aanpalende eigendommen langsheen de openbare opritten waarin grondwerken en wegbedekkingen worden uitgevoerd.
§ 2 Het bedrag van de belasting wordt vastgesteld op € 50,00/m²
Art. 3: Iedere belastingplichtige mag zich kwijten van zijn belastingschuld :
Art. 4: Onderhavige belasting is niet van toepassing in de gevallen waarin een overeenkomst tot stand komt tussen de gemeente en particulieren inzake rechtstreekse uitvoering of financiering van de kosten van uitrustingswerken door deze laatsten. In deze gevallen zullen de volledige onkosten door de overeenkomst aan betrokkene ten laste gelegd, onmiddellijk en rechtstreeks door hem betaald worden.
Art. 5: De belasting slaat op het eigendom en is verschuldigd door de eigenaar (op het ogenblik van beëindiging van de werken). In geval er een recht van opstal, een recht van erfpacht of een recht van vruchtgebruik bestaat, is de belasting verschuldigd door de opstalhouder, de erfpachter of de vruchtgebruiker, terwijl de eigenaar hoofdelijk aansprakelijk is voor de betaling van de belasting. Wanneer het eigendom bestaat uit een gebouw met meerdere appartementen waarop de verschillende eigenaars een uitsluitend recht hebben, dan wordt de belasting die betrekking heeft op het gebouw verdeeld onder hen in verhouding van hun respectievelijk aandeel in de gemeenschappelijke gedeelten. In geval van overgang van onroerende zakelijke rechten, wordt de nieuwe eigenaar belastingplichtig vanaf de eerste maand volgend op de voltooiing van de werken,
Art. 6: De eerste jaarlijkse belasting is verschuldigd op de eerste maand volgend op de voltooiing van de werken, vastgesteld door een beslissing van het college van burgemeester en schepenen.
Art. 7: De gemeente verbindt zich ertoe om aan de belastingplichtigen, die de belasting in kapitaal hebben gekweten, de bedragen terug te betalen die moeten worden beschouwd als ten onrechte betaald. Dit is enkel mogelijk:
- wanneer de vordering wordt opgeheven of niet wordt hernieuwd
- wanneer de belastingvoeten verlagen.
In het laatste geval gebeurt de terugbetaling slechts in verhouding tot de vermindering van de belastingvoeten, waarvan de belastingplichtigen die jaarlijks ingekohierd worden, genieten.
Art. 8: De belasting wordt ingevorderd door middel van een kohier.
Art. 9: De belasting moet betaald worden binnen 2 maanden na de verzending van het aanslagbiljet.
Art. 10: De belastingplichtige kan bezwaar indienen bij het college van burgemeester en schepenen volgens de modaliteiten van het decreet van 30 mei 2008 en latere wijzigingen.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking, zoals gewijzigd
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid
De Vlaamse Codex Wonen geeft gemeenten een sleutelrol in het lokaal woonbeleid. Als overheidsniveau dat het dichtst bij de burger staat, hebben gemeenten de bevoegdheid én de verantwoordelijkheid om actief werk te maken van een kwaliteitsvol en betaalbaar woningaanbod. Eén van de instrumenten die daarbij ter beschikking staan, is het gemeentelijk leegstandsbeleid. Gemeenten kunnen een reglement vaststellen waarin ze vastleggen hoe leegstand wordt geïdentificeerd en vastgesteld, welke uitzonderingen er mogelijk zijn, en welke gevolgen de registratie kan hebben.
Voor gemeenten die deelnemen aan een intergemeentelijk samenwerkingsverband rond wonen en daarvoor Vlaamse subsidies ontvangen, is het bovendien verplicht om een leegstandsregister op te maken en actueel te houden. Binnen de regio Tielt engageerde ons lokaal bestuur zich om deel te nemen aan het project lokaal woonbeleid, waarbij onder meer het leegstandsregister opgezet en beheerd wordt door IGS Woondienst Regio Tielt.
Een actueel leegstandsreglement is dan ook noodzakelijk om aan deze verplichting te voldoen. Maar het is tegelijk ook een belangrijk beleidsinstrument: langdurige leegstand kan het straatbeeld en de leefomgeving negatief beïnvloeden, en staat haaks op het principe van een efficiënt gebruik van het bestaande woningen- en gebouwenbestand. Door leegstand op te volgen, in kaart te brengen en in bepaalde gevallen te belasten, wordt een activerend signaal gegeven aan eigenaars om panden opnieuw in gebruik te nemen of op de markt te brengen. Tegelijk bevat het reglement ook een aantal vrijstellingsgronden, afgestemd op de noden binnen de gemeente en op de beleidsdoelstellingen die lokaal worden nagestreefd.
Tot slot moet ook rekening gehouden worden met de financiële context waarin het gemeentelijk beleid wordt gevoerd. Een reglementair kader dat helder, werkbaar en handhaafbaar is, draagt bij tot een doeltreffende en efficiënte aanpak van leegstand binnen de gemeente en de regio.
Art. 1: De gemeenteraad stelt het reglement ‘Leegstand en onafgewerktheid van woningen en gebouwen’ definitief vast zoals toegevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2026.
Art. 2: Het reglement 'Registratie en belasting van leegstaande woningen en gebouwen', goedgekeurd in de gemeenteraad van 24 maart 2025 wordt opgeheven.
Art. 3: Deze beslissing over te maken aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel directeur van de gemeente.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22 december 2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking en artikel 40 en 41, zoals gewijzigd.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14 maart 2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
De gemeenteraadsbeslissing van 30 juni 2025 tot deelname aan het project lokaal woonbeleid en goedkeuring van het projectvoorstel van IGS Woondienst Regio Tielt, waarin ook de ondersteuning bij het beheer van verwaarlozingsdossiers is opgenomen.
De verwaarlozing van woningen en gebouwen op het grondgebied van de gemeente vormt een bedreiging voor de leefbaarheid van buurten en dorpskernen.
Door het Vlaamse beleid inzake verwaarlozing stelselmatig af te bouwen en de gewestelijke registratie en heffing af te schaffen, wordt het aan de gemeenten overgelaten om lokaal een reglementair kader te voorzien. In dat kader is het belangrijk dat de gemeente, in samenwerking met het intergemeentelijk samenwerkingsverband IGS Woondienst Regio Tielt, de nodige instrumenten in handen heeft om op te treden tegen verwaarlozing.
Dit reglement voorziet in duidelijke criteria voor de vaststelling van verwaarlozing, evenals in een procedure voor registratie en eventueel bijhorende belasting.
Het is wenselijk om dit reglement lokaal in te voeren, niet alleen om verloedering van het patrimonium te voorkomen, maar ook om bij te dragen aan een kwaliteitsvolle woonomgeving en een doelmatig ruimtegebruik. Een geïntegreerde aanpak die leegstand en verwaarlozing samen bestrijdt, draagt bij tot de algemene doelstellingen van het lokaal woonbeleid.
Art. 1 De gemeenteraad stelt het reglement Belasting op verwaarlozing van woningen en gebouwen’ definitief vast zoals toegevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2026.
Art. 2 Deze beslissing over te maken aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel directeur van de gemeente.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
De gemeente stelt vast dat er binnen haar grondgebied een aantal tweede verblijven aanwezig is. Deze woningen worden niet als hoofdverblijf gebruikt, maar zijn wel permanent beschikbaar voor hun eigenaars. Dit impliceert dat deze eigenaars, hoewel zij niet als vaste inwoners in de gemeente staan ingeschreven en geen gemeentelijke personenbelasting betalen, toch regelmatig en substantieel gebruik maken van gemeentelijke infrastructuur en diensten zoals wegen, afvalophaling, openbare veiligheid, water- en energievoorzieningen, en openbare ruimten.
Er bestaat hierdoor een structurele fiscale ongelijkheid tussen de permanente inwoners van de gemeente, die via de personenbelasting bijdragen aan het gemeentelijk budget, en de eigenaren van tweede verblijven, die dit niet doen. Dit verschil rechtvaardigt een specifieke gemeentelijke belasting op tweede verblijven om deze ongelijkheid gedeeltelijk te compenseren.
De situatie van tweede verblijven is immers wezenlijk anders. Zij vormen vaste onroerende goederen die gedurende het gehele jaar beschikbaar zijn en die een meer permanente impact hebben op het gemeentelijk patrimonium, de leefomgeving en de ruimtelijke ordening. Daarnaast zorgen zij voor een duurzame druk op gemeentelijke diensten en infrastructuur, die niet kan worden vergeleken met het incidentele bezoek van dagtoeristen. Deze langdurige en substantieel verschillende gebruiks- en impactsgraad vormt een geldige grond voor een fiscale differentiatie tussen tweede verblijven en andere categorieën belastingplichtigen.
Bovendien is het gemeentebestuur van oordeel dat de verschillende kenmerken van tweede verblijven – zoals hun ligging in verschillende bestemmingszones en het bebouwde oppervlak – een rechtvaardiging bieden voor een gedifferentieerd tarief. Deze differentiatie is niet arbitrair, maar sluit aan bij de concrete omstandigheden binnen de gemeente, de mate van belasting op de gemeentelijke voorzieningen en de ruimtelijke impact. Hiermee wordt voldaan aan het gelijkheidsbeginsel, doordat de belastingdruk proportioneel wordt afgestemd op de specifieke situatie van elk tweede verblijf.
Deze belasting beoogt niet alleen een rechtvaardige verdeling van de lasten, maar draagt ook bij aan een bewust beheer van het lokaal patrimonium, met het oog op het vermijden van leegstand, het stimuleren van een kwalitatieve woonomgeving en het bevorderen van een duurzaam lokaal woonbeleid.
De keuze voor deze belasting sluit ook aan bij het bredere lokale beleid waarbij de gemeente inzet op het optimaal gebruik van haar woon- en verblijfsaanbod. Tweede verblijven blijven immers gedurende grote delen van het jaar ongebruikt, terwijl de nood aan betaalbare, permanent bewoonde huisvesting stijgt. Door een financiële prikkel in te bouwen wil de gemeente op termijn een bewuster gebruik van het woningpatrimonium stimuleren, zonder dit bezit op zich te ontmoedigen.
Tot slot onderstrepen we dat de gemeente beschikt over een aparte gezinsbelasting, waarin alle reguliere woongelegenheden belast worden op basis van hun permanente bewoning. De belasting op tweede verblijven is daarvan duidelijk onderscheiden in doelgroep, finaliteit en tariefstructuur. Deze dubbele belasting vormt dus geen verboden cumul, maar is onderbouwd vanuit twee afzonderlijke beleidsdoelen. De financiële noodzaak van de maatregel wordt daarbij slechts als bijkomende motivering ingeroepen, niet als enige rechtvaardiging van het tariefonderscheid.
Op basis van bovenstaande argumentatie acht de gemeente deze belasting verenigbaar met het gelijkheids- en evenredigheidsbeginsel, zoals vereist door artikel 172 van de Grondwet en artikel 3 van het Decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, invordering en geschillenprocedure van gemeente- en provinciebelastingen.
Art. 1 De gemeenteraad stelt het reglement ‘Tweede verblijven’ definitief vast zoals toegevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2026.
Art. 2 De gemeentebelasting op tweede verblijven, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 24 november 2024, wordt opgeheven.
Art. 3 Deze beslissing over te maken aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel directeur van de gemeente.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170 §4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, 40 §3, eerste lid en 41.
Het gecoördineerd wetboek van inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 464/1, 2°.
Het decreet van 13.12.2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, in het bijzonder de artikelen 2.6.1.0.1, 2.6.4.0.2, 3.1.0.0.4. en 3.1.0.0.5.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 369 over de reglementen in geval van vrijwillige samenvoeging van gemeenten.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en met het feit dat het wenselijk is dat op het grondgebied van de gemeente de leegstand en verwaarlozing van bedrijfsruimten wordt voorkomen en bestreden, wordt voorgesteld om voor de aanslagjaren 2025 tot en met 2031 gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten te heffen.
Langdurig leegstand en verwaarlozing tasten immers de kwaliteit van de onmiddellijke omgeving en van het economisch weefsel aan.
Art. 1 Voor de aanslagjaren 2025 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente Ardooie een reglement betreffende het heffen van gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten vastgesteld van 50 opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten zoals opgenomen in het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Art. 2 De vestiging en de inning van de gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op leegstaande en verwaarloosde bedrijfsruimten gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst
Art. 3 Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Art. 4 Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet van 30 mei 2008 betreffende de vestiging, de invordering en de geschillenprocedure van provincie- en gemeentebelastingen, met latere wijzigingen;
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het Vlaams huurdecreet van 9 november 2018, inzonderheid de artikelen 5.1 t.e.m. 5.4.
De omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, artikel 3.2. §1 en §2, zoals gewijzigd.
Het Besluit van de Vlaamse Regering van 24 mei 2019 betreffende de woningkwaliteitsbewaking,
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
De gemeenteraadsbeslissing van 30 juni 2025 tot deelname aan het project lokaal woonbeleid en goedkeuring van het projectvoorstel van IGS Woondienst Regio Tielt.
Een belangrijk instrument binnen het lokaal woonbeleid is het conformiteitsattest. Dit attest geeft aan dat een woning of kamer voldoet aan de minimale woningkwaliteitsnormen zoals vastgelegd in de Vlaamse regelgeving. Het aanvragen van zo’n attest kan vrijwillig gebeuren door de eigenaar of verplicht zijn in het kader van (kamer)verhuur, bij verordenende bepalingen vanuit de gemeente of als voorwaarde voor toekenning van bepaalde Vlaamse huurpremies. In dat kader speelt het lokaal bestuur een cruciale rol in het uitvoeren van de kwaliteitscontrole.
Het organiseren van conformiteitsonderzoeken brengt voor de gemeente echter substantiële kosten met zich mee, zowel op vlak van personeelsinzet, administratieve verwerking als rapportering. Door het invoeren van een retributie wil de gemeente deze werkelijke kost gedeeltelijk verhalen op de aanvrager, zonder winstbejag. Dit is toegelaten binnen de principes van de Vlaamse Codex Wonen van 2021 en het Decreet Lokaal Bestuur, mits de vergoeding evenredig blijft met de geleverde prestaties.
Er is bewust gekozen voor een basistarief per woning of kamer dat representatief is voor de werkelijke kostprijs van het volledige onderzoek en de administratieve opvolging. Tegelijkertijd voorziet het reglement in een bijkomende vergoeding vanaf de derde hercontrole, om op die manier ook rekening te houden met situaties waarin meerdere tussenkomsten noodzakelijk zijn. Dit voorkomt dat overmatige hercontroles zonder gevolg ten laste vallen van de gemeenschap.
Er zijn eveneens enkele uitzonderingen opgenomen waarbij geen retributie wordt aangerekend. Zo is het conformiteitsonderzoek gratis in het geval van proactieve screening door de intergemeentelijke woondienst of wanneer een woning conform wordt bevonden na een waarschuwingsprocedure. Ook wanneer het onderzoek noodzakelijk is in het kader van sociale verhuur of het verkrijgen van een Vlaamse huurpremie of huursubsidie, wordt geen vergoeding gevraagd. Op deze manier wordt een sociaal rechtvaardige benadering gehanteerd en worden kwetsbare doelgroepen ontzien.
Door dit evenwicht tussen kostendekkendheid en sociaal-maatschappelijke correctie, sluit het voorgestelde retributiereglement aan bij de principes van behoorlijk bestuur en het grondwettelijk gelijkheidsbeginsel. Bovendien is het reglement gestoeld op duidelijke bevoegdheidsgronden en actuele Vlaamse regelgeving, wat de rechtszekerheid en juridische robuustheid versterkt.
Art. 1: De gemeenteraad keurt het bijgevoegde reglement betreffende de retributie voor het uitvoeren van conformiteitsonderzoeken goed. Dit reglement treedt in werking op 1 januari 2026.
Art. 2: Eerdere bepalingen die hiermee strijdig zijn, worden opgeheven vanaf de datum van inwerkingtreding van dit reglement
Art. 3: Deze beslissing over te maken aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel directeur van de gemeente.
De Grondwet, meer bepaald de artikelen 41, 162 en 170 §4.
De Vlaamse codex: codex.vlaanderen.be.
Het decreet over het lokaal bestuur dd. 22.12.2017 en latere wijzigingen, in het bijzonder artikelen 2, 40 en 41 met betrekking tot de bevoegdheden van de gemeenteraad.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, meer bepaald Deel 3, Titel 3 houdende de intergemeentelijke samenwerking en artikel 40 en 41, zoals gewijzigd.
Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
Het besluit van de Vlaamse Regering van 14.03.2025 tot wijziging van het Besluit Vlaamse Codex Wonen van 2021, wat betreft het lokaal woonbeleid.
Het gemeentebestuur wil een efficiënt en doelgericht beleid voeren om de kwaliteit, veiligheid en gezondheid van de woningen binnen haar grondgebied te waarborgen.
In bepaalde situaties is het noodzakelijk om niet alleen de naleving van de normen te controleren, maar ook om de controle op de kwaliteit van woningen frequenter te organiseren. Dit is vooral het geval bij woningen waarbij er indicaties zijn dat de toestand snel kan verslechteren, of wanneer er specifieke risico’s zijn op het vlak van gezondheid, veiligheid of wooncomfort. In dergelijke gevallen is het wenselijk dat het conformiteitsattest slechts voor een beperkte geldigheidsduur wordt afgeleverd, zodat een herbeoordeling op kortere termijn mogelijk is en problemen tijdig kunnen worden vastgesteld en aangepakt.
Door het instellen van een beperkte geldigheidsduur van conformiteitsattesten creëert de gemeente een instrument om meer gericht en flexibel op te treden waar dat nodig is, zonder onnodige administratieve lasten voor woningen die structureel aan de normen voldoen. Deze aanpak zorgt voor een betere bescherming van de bewoners en versterkt het woonbeleid in het algemeen.
Het gemeentebestuur zal daarbij steeds oog hebben voor de proportionaliteit en rechtvaardigheid van de maatregelen, zodat de regeling in overeenstemming is met het gelijkheidsbeginsel en de rechtszekerheid van de betrokken eigenaars wordt gewaarborgd. Er worden daarom duidelijke criteria en procedures voorzien, die zorgen voor transparantie en een evenwichtige toepassing van de beperkte geldigheidsduur.
Op deze wijze wil de gemeente een evenwicht bewaren tussen het nastreven van een hoog woonkwaliteitsniveau en het vermijden van onnodige belemmeringen voor eigenaars, terwijl zij haar wettelijke taken inzake woningkwaliteitsbewaking krachtig kan blijven uitvoeren.
Artikel 1 De gemeenteraad stelt het reglement ‘Geldigheidsduur van de conformiteitsattesten’ definitief vast zoals toegevoegd in bijlage, met inwerkingtreding op 1 januari 2026.
Artikel 2 Deze beslissing over te maken aan de toezichthoudende overheid, de projectcoördinator van IGS Woondienst Regio Tielt en tevens aan de financieel directeur van de gemeente.
De grondwet, in het bijzonder artikel 41, 162 en 170 §4 over de fiscale bevoegdheid van de gemeenten en de bevoegdheid van de gemeenteraad inzake het invoeren van een belasting.
Het decreet van 22.12.2017 over het lokaal bestuur, in het bijzonder artikel 2, 40 §3, eerste lid en 41.
Het gecoördineerd wetboek van inkomstenbelastingen 1992, in het bijzonder artikel 464/1, 2°.
Het decreet van 13.12.2013 houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit, in het bijzonder de artikelen 2.5.1.0.1, 2.5.4.0.2, 3.1.0.0.4. en 3.1.0.0.5.
De omzendbrief KB/ABB/2019/2 van 15.02.2019 betreffende de gemeentefiscaliteit.
Rekening houdende met de financiële toestand van de gemeente en met het feit dat het wenselijk is dat op het grondgebied van de gemeente het schaarse beschikbare patrimonium voor wonen optimaal benut wordt en dat ongeschiktheid en onbewoonbaarheid van woningen voorkomen en bestreden wordt, wordt voorgesteld om voor de aanslagjaren 2026 tot en met 2031 gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen te heffen.
Langdurige ongeschiktheid en onbewoonbaarheid tasten immers de kwaliteit van de onmiddellijke omgeving aan en dragen bij tot het elders aansnijden van nog onbebouwde ruimte.
Het heffen van gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen zal een verbetering van de leef- en omgevingskwaliteit binnen de gemeente bevorderen.
Art. 1 Voor de aanslagjaren 2025 tot en met 2031 wordt ten behoeve van de gemeente Ardooie een reglement betreffende het heffen van gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen vastgesteld van 50 opcentiemen op de gewestelijke heffing ongeschikte en onbewoonbare woningen zoals opgenomen in het decreet houdende de Vlaamse Codex Fiscaliteit van 13 december 2013.
Art. 2 De vestiging en de inning van de gemeentelijke opcentiemen op de gewestelijke heffing op ongeschikte en onbewoonbare woningen gebeuren door de Vlaamse Belastingdienst.
Art. 3 Dit reglement treedt in werking vanaf 1 januari 2026.
Art. 4 Dit besluit zal worden bekend gemaakt overeenkomstig artikel 286 en artikel 287 van het decreet over het lokaal bestuur van 22 december 2017
Decreet lokaal bestuur, inz. art. 40 en art. 286
Omzendbrief KB/ABB 2019/2 van 15 februari 2019 betreffende de coördinatie van de onderrichtingen over de gemeentefiscaliteit
Vlarema dat in de bijlage 5.1.4 de minimum- en maximumgrenzen van de tarieven bepaalt die de gemeenten moeten aanrekenen voor de inzameling van restafval en van sommige fracties van huishoudelijk afval. Deze moeten jaarlijks op 1 januari geïndexeerd worden.
Ons bestuur is aangesloten bij de opdrachthoudende vereniging IVIO voor het ophalen en verwerken van afval.
Binnen de intergemeentelijke vereniging IVIO is een ondernemingsplan 2025-2030 opgemaakt waarbij de prioritaire doelstelling om het restafval te verminderen is opgenomen alsook het maximaal recycleren van het ingezamelde afval.
Goedkeuring van het ondernemingsplan in de raad van bestuur van IVIO van 20 oktober 2025.
Ons bestuur wil de kosten voor het ophalen en het verwerken van afval die door de gemeenschap worden betaald, terugdringen en het aandeel dat de burger rechtstreeks in deze afvalfactuur dient te betalen wenst te verhogen, overeenkomstig het principe ‘de vervuiler betaalt’.
De voorafgaande besprekingen tussen IVIO en afgevaardigden van het gemeentebestuur.
De ontvangsten en uitgaven van de gemeente moeten in evenwicht worden gehouden en hiervoor is het vaststellen van deze retributie noodzakelijk.
Overeenkomstig artikel 26 Vlarema de gemeenten de intergemeentelijke vereniging IVIO kan machtigen om de kosten van het beheer van huishoudelijk afval op de afvalproducenten te verhalen, ook als die kosten in de vorm van belastingen of retributies worden verhaald.
De gemeente Ardooie had een ander voorstel van ophaling en retributie gesteund doch legt zich neer bij de beslissing van de meerderheid van de raad van bestuur IVIO.
Art.1: Met ingang van 1 januari 2026 is een retributie verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk en met huishoudelijk vergelijkbare afvalstoffen. De afvalstoffen worden aangeboden in de door IVIO voorziene afvalbakken of zakken, of aangebracht naar een IVIO-inzamelcontainer waarbij een retributie wordt betaald die minstens gelijk is aan de prijs per kilogram voor de toegepaste diftar restafval en gft en de prijs voor de reguliere afvalzak voor het PMD.
Art.2: Het afval moet op onderstaande wijze worden aangeboden.
De prijs is vastgesteld als volgt:
- afvalbak voor restafval* € 0,40/kg (diftar)
€ 0,20/aanbieding
- afvalbak van 40l of 120l gft € 0.20/kg (diftar)
- PMD zak (60 liter) € 0,15
- PMD zak (90 liter) € 0,20
- Overgangsmaatregel restafvalzak 60l € 2.00 (zie artikel 6)
- Overgangsmaatregel restafvalzak 30l € 1.00 (zie artikel 6)
* inhoud 40l, 120l, 240l of 1100l
Art.3: De retributietarieven, conform bijlage 5.1.4 van Vlarema, worden, net zoals de minimum-maximum tarieven vastgesteld door OVAM, jaarlijks geïndexeerd.
Art.4: De gemeente geeft opdracht aan de intergemeentelijke vereniging IVIO te zorgen voor de verdeling van de afvalzakken en afvalbakken in het IVIO-werkingsgebied. De burgers bevoorraden zich bij de verdeelpunten voor PMD-zakken, aangeduid door de gemeente in overleg met de intergemeentelijke vereniging IVIO. De containers worden bekomen via het hoofdkantoor van IVIO of na afspraak via het recyclagepark. Thuislevering is mogelijk mits het betalen van een leveringskost. Er kunnen kosten gerekend worden voor herstellingen, vervangingen en wissel. Ook deze kosten, zoals opgelijst als bijlage aan de gebruikersvoorwaarden, worden jaarlijks geïndexeerd.
Art.5: De retributie wordt contant ingevorderd tegen afgifte van de betreffende zakken voor wat betreft PMD. Voor restafval en gft laden de burgers een saldo op de diftarrekening, via het digitaal portaal of via onze recyclageparken. Per ophaling wordt het omgerekend bedrag in €/kg afgetrokken van het opgeladen saldo. De totaal betaalde retributie komt de gemeenten toe en wordt verrekend op hun jaarlijkse bijdrage.
Art.6: Overgangsmaatregel:
Na omschakeling naar restafval en GFT in bakken kunnen gele restafvalzakken met opschrift IVIO de eerstvolgende twee ophaalbeurten nog aangeboden worden via de reguliere huis aan huis inzameling. Tot één juni 2026 mogen de restafvalzakken met het opschrift IVIO verder aangeboden worden op het recyclagepark zonder meerprijs. Daarna kan men nog terecht met de zak op het recyclagepark mits betaling van een opleg ten bedrage van het verschil tussen de aankoopprijs van de zak en het verrekend diftartarief.
Art.7: De gemeente machtigt de opdrachthoudende vereniging IVIO om de retributie-inkomsten, verschuldigd voor het ophalen en verwerken van huishoudelijk afval, in haar naam te innen.
Art.8: Dit retributiereglement vervangt de voorgaande retributiereglementen betreffende ophaling en verwerking van huishoudelijk afval.
Nieuwe Gemeentewet, inzonderheid op de artikels, 119, 119bis en 135§2
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017, inzonderheid op de artikels 2, 40 en 41
Decreet van 23 december 2011 betreffende het duurzaam beheer van materiaalkringlopen en afvalstoffen (hierna het materialendecreet genoemd), inzonderheid afdeling 3 van hoofdstuk 3 huishoudelijke afvalstoffen, artikel 26 tot en met artikel 28
Besluit van 17 februari 2012 van de Vlaamse Regering tot vaststelling van het Vlaams reglement betreffende het duurzaam beheer van materialenkringlopen en afvalstoffen (hierna het VLAREMA) en latere wijzigingen
Wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties van 24 juni 2013
Samenwerkingsakkoord van 4 november 2008 betreffende de preventie en het beheer van verpakkingsafval (hierna het interregionaal Samenwerkingsakkoord Verpakkingsafval genoemd)
Besluit van de Interregionale verpakkingscommissie van 02 februari 2024 tot erkenning van de vzw Fost Plus als organisme voor verpakkingsafval voor de periode 01 januari 2024 tot 31 december 2028
Goedkeuring van het Lokaal Materialenplan 2023 – 2030 door de Vlaamse Regering op 26 mei 2023 (publicatie Belgisch Staatsblad 30 juni 2023)
Beheersoverdracht die de gemeente heeft verleend aan het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O.
Er bestaat een uitgebreide producentenverantwoordelijkheid voor afvalstoffen, zoals gedefinieerd in het VLAREMA, artikel 3.1.1;
Er bestaat een terugnameplicht voor huishoudelijk verpakkingsafval; dat minstens papier en karton, hol glas en plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong selectief moeten worden ingezameld;
Het is ter bescherming van het leefmilieu noodzakelijk het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval tot een minimum te beperken en het afval maximaal selectief in te zamelen conform artikel 4.3.1 van Vlarema;
Er dient prioriteit verleend te worden aan afvalvoorkoming en hergebruik van afvalstoffen;
In tweede instantie dienen het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval maximaal selectief ingezameld te worden met het oog op optimale verwerking;
Er wordt naar gestreefd om de inzameling van het huishoudelijk afval en het vergelijkbaar bedrijfsafval in de gemeenten zo optimaal mogelijk op elkaar af te stemmen;
De tarificatie wordt voorgesteld door I.V.I.O., in overleg met en na voorafgaandelijk goedkeuring van de gemeente;
De gemeente wil in overeenstemming met haar gemeentelijke zorgplicht zoals bepaald in artikel 26 van het Materialendecreet, het niet aanbieden van huishoudelijke afvalstoffen via de gemeentelijke inzamelkanalen en bijgevolg ontwijkgedrag (zoals sluikstorten, sluikstoken, afvaltoerisme naar buurgemeenten, afvaltoerisme naar de werkgever,…) maximaal voorkomen;
Om hoger genoemde redenen en met het oog op de rechtszekerheid is het gepast, het politiereglement op het ophalen van huishoudelijke afvalstoffen opnieuw vast te stellen en het bestaande reglement op te heffen;
Inhoudstafel
Hoofdstuk I – Algemene bepalingen
Hoofdstuk II – Inzameling van restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval
Hoofdstuk III – Inzameling van grofvuil
Hoofdstuk IV – Selectieve inzameling van holglas
Hoofdstuk V – Selectieve inzameling van papier en karton
Hoofdstuk VI – Selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval
Hoofdstuk VII – Selectieve inzameling aan huis van tuinafval
Hoofdstuk VIII – Selectieve inzameling van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong (PMD)
Hoofdstuk IX - Selectieve inzameling van Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA)
Hoofdstuk X – Selectieve inzameling van metalen gemengd
Hoofdstuk XI – Selectieve inzameling van textiel
Hoofdstuk XII – Selectieve inzameling van asbest
Hoofdstuk XIII – Selectieve inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT)
Hoofdstuk XIV – Gebruik van een gehuurde afzetcontainer
Hoofdstuk XV – Strafbepalingen
Hoofdstuk XVI – Slotbepalingen
Hoofdstuk I – Algemene bepalingen
Afdeling 1 – Definities
Artikel 1
De definities opgenomen in het Materialendecreet, het VLAREMA en de bijhorende uitvoeringsbesluiten zijn van toepassing op deze politieverordening.
Afdeling 2 – Algemene bepalingen
Artikel 2
Deze politieverordening is van toepassing op de inzameling en het beheer van alle huishoudelijke afvalstoffen.
Deze politieverordening is tevens van toepassing op de inzameling en het beheer van alle met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen die via een gemeentelijke inzameling worden opgehaald, ingezameld of aangeboden.
Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 § 1 van het Materialendecreet is het verboden huishoudelijke afvalstoffen en met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen achter te laten, op te slaan, aan te bieden, in te zamelen, te storten, te verbranden, te verwerken, te beheren in strijd met de bepalingen opgenomen in deze politieverordening.
Onverminderd de bepalingen opgenomen in artikel 12 §1 van het Materialendecreet is het verboden voor de aanbieders van met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen om deze bedrijfsafvalstoffen op een andere manier aan te bieden bij de gemeentelijke inzameling in strijd met de bepalingen opgenomen in deze politieverordening.
Artikel 3
§ 1. De volgende afvalstoffen mogen niet worden aangeboden bij om het even welke selectieve huis-aan-huis inzameling en wijkinzameling:
restafval;
- grofvuil;
- gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;
- krengen van dieren en slachtafval;
- oude en vervallen geneesmiddelen;
- bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
- afvalstoffen afkomstig uit gemeenten die geen deel uitmaken van de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.
§ 2. De volgende afvalstoffen mogen niet worden aangeboden op het recyclagepark:
- groente- en fruitafval, al dan niet gemengd met tuinafval;
- gashouders en/of andere ontplofbare voorwerpen;
- krengen van dieren en slachtafval;
- oude en vervallen geneesmiddelen;
- aarde/graszoden/stabilisé/zavel/zand;
- airbags;
- asfalt/roofing (grote hoeveelheden);
- autobanden;
- nog bruikbare elektrische apparaten;
- treinbilzen;
- uitwerpselen van dieren;
- zonnepanelen;
- bedrijfsafvalstoffen, andere dan de met huishoudelijke afvalstoffen vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen;
- afvalstoffen afkomstig uit gemeenten die geen deel uitmaken van de opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.
Artikel 4
§ 1. Alleen de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars, daartoe aangewezen bij deze verordening of door de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. zijn gerechtigd om huishoudelijke afvalstoffen te aanvaarden of in te zamelen. Behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk bepaald zijn door de Vlaamse Regering of in een goedgekeurde milieubeleidsovereenkomst.
§2. Het is voor iedereen verboden om het even welke huishoudelijke afvalstof af te geven of voor inzameling aan te bieden aan andere geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars dan deze daartoe aangewezen bij dit reglement of door de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. Behoudens in de gevallen die uitdrukkelijk bepaald zijn door de Vlaamse Regering of in een goedgekeurde milieubeleidsovereenkomst.
§3. Aanvullend mogen metalen door de afvalproducent aangeboden worden rechtstreeks aan de vergunde inrichtingen van verwerkers, inzamelaars, afvalstoffenhandelaars of -makelaars op voorwaarde dat de sorteerverplichting opgenomen in artikel 4.3.1 van het VLAREMA wordt nageleefd en dat de desbetreffende inrichting hoeveelheden rapporteert aan de gemeente. Metalen verpakkingen moeten ingezameld worden conform artikel 37 van dit reglement.
§4. Voor afvalstoffen die onder een aanvaardingsplicht of vrijwillige terugname vallen wordt verwezen naar de uitgebreide producentenverantwoordelijkheid.
§5 Elke inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of -makelaar die op het grondgebied van de gemeente huishoudelijke afvalstoffen op eigen initiatief wenst in te zamelen moet vooraf een toelating vragen bij de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband. De aanvraag bevat minstens volgende gegevens :
– identificatie van de organisator van de inzameling;
– identificatie van de betrokken inzamelaar(s), afvalstoffenhandelaar(s) of –makelaar(s) en de betrokken vervoerder(s);
– aard van de afvalstoffen;
– inzamelwijze en alle inzamelmodaliteiten, zoals sorteerboodschap, inzamelfrequentie, afvoerfrequentie,…;
– indien van toepassing, de locaties waar inzamelrecipiënten geplaatst worden en de maatregelen die genomen worden om de locaties te beheren overeenkomstig de geldende verplichtingen;
– duurtijd van de inzameling;
– afvoermodaliteiten van de afvalstoffen;
– wijze van registratie van de ingezamelde, afgevoerde en verwerkte afvalstoffen.
De gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband kan schriftelijk toelating geven aan de organisator van de inzameling op voorwaarde dat de organisator per kwartaal en ten laatste anderhalve maand na het verstrijken van het betreffende kwartaal de gegevens met betrekking tot de op het gemeentelijk grondgebied ingezamelde huishoudelijke hoeveelheden tijdens het voorbije kwartaal rapporteert aan de gemeente. De gemeente kan deze toelating eventueel beperken in de tijd.
Wanneer vastgesteld wordt dat de organisator de geldende wettelijke bepalingen en/of de voorwaarden gekoppeld aan de gemeentelijke toelating schendt, kan de gemeente haar toelating opheffen.
§ 6. In afwijking van §5 kunnen scholen en verenigingen die gevestigd zijn in de gemeente zonder toelating van de gemeente of haar intergemeentelijk samenwerkingsverband per kalenderjaar maximum twee verschillende afvalstromen selectief inzamelen mits cumulatief voldaan aan de volgende voorwaarden:
- Voor elke stroom die ingezameld wordt, is er uitgebreide sensibilisering over preventie, hergebruik en selectieve inzameling.
- Uitgezonderd voor batterijen en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur (AEEA) is de inzameling beperkt tot selectieve fracties waarvan de inzameling niet is georganiseerd op het recyclagepark of bij de huis aan huis inzameling.
- De inzameling is beperkt tot maximaal twee verschillende stromen per jaar.
- Kleine volumes kunnen permanent ingezameld worden, maar inzameling via containers wordt beperkt tot maximaal twee weken per jaar.
- De inzameling en opslag moet gebeuren op een aangepaste locatie, in aangepaste verpakkingen en/of afvalcontainers. Daarbij moet de hinder voor het milieu, de omgeving en omwonenden tot een aanvaardbaar niveau worden beperkt.
- De afvalstoffen moeten regelmatig worden afgevoerd voor verwerking met respect voor de verwerkingshiërarchie.
- De initiatiefnemers moeten samenwerken met een geregistreerde inzamelaar, afvalstoffenhandelaar of – makelaar.
- De inzamelcijfers moeten doorstromen naar het lokale bestuur. Het lokale bestuur moet op haar beurt voldoen aan alle registratie- en rapporteringsverplichtingen rond deze cijfers.
Afdeling 2 – Verbranden en sluikstorten van afvalstoffen
Artikel 5
§ 1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om afvalstoffen te verbranden, zowel in open lucht als in gebouwen.
Artikel 6
§ 1. Onverminderd de toepassing van andere wettelijke bepalingen is het verboden om het even welke afvalstof te sluikstorten. Onder sluikstorten wordt verstaan het achterlaten, opslaan of storten van om het even welke afvalstof op niet-reglementaire plaatsen, op niet-reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten en elke handeling strijdig met deze politieverordening en andere toepasselijke wettelijke bepalingen.
§ 2. Het is verboden modder, zand of afvalstoffen die zich voor of nabij de woning bevinden op de straten, in de greppels of in de rioolputten te vegen. Het is tevens verboden via de rioolputten of op enige andere wijze om het even welke afvalstoffen in de riolering te deponeren.
§ 3. Met het oog op kringlooptuinieren is het voor particulieren toegestaan op eigen privéterrein een stapelplaats aan te leggen voor het composteren van eigen groente-, fruit- en tuinafval. Deze composteerruimte, niet zichtbaar van op straat, mag geen hinder veroorzaken voor de buurtbewoners.
Afdeling 3 – Aanbieding van afvalstoffen
Artikel 7
§ 1. De huishoudelijke afvalstoffen en vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen dienen aangeboden te worden zoals voorzien in deze verordening. Afvalstoffen die worden aangeboden op een wijze die niet voldoet aan de voorwaarden van deze verordening worden niet aanvaard. Bij huis-aan-huis inzameling dient de aanbieder de niet-aanvaarde afvalstoffen dezelfde dag nog terug te nemen. De niet terugname conform dit reglement wordt beschouwd als sluikstorten zoals vermeld in artikel 6.
§ 2. Het toezicht op de aanbieding van afvalstoffen wordt uitgevoerd door de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars die van de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. de toelating kregen afvalstoffen in te zamelen en door de parkwachter in geval van inzameling via het recyclagepark. Deze geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars en de parkwachter mogen de aangeboden afvalstoffen controleren en de aanbieders wijzen op de foutieve aanbieding en de nodige richtlijnen verstrekken.
3. Behoudens schriftelijke toelating van het college van burgemeester en schepenen is het voor iedereen verboden inzamelingen te organiseren en om het even welke aangeboden afvalstof mee te nemen. Alleen de ophalers, daartoe aangewezen door het intergemeentelijk samenwerkingsverband I.V.I.O., zijn gerechtigd om afvalstoffen in te zamelen.
Artikel 8
§ 1. De afvalstoffen mogen slechts na 18:00 u. van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling van de huishoudelijke afvalstoffen plaats zal vinden en ten laatste om 6:00 u. op de dag van de ophaling zelf, op de stoep voor eigen woning worden geplaatst.
In uitzonderlijke gevallen kan het uur van de ophaling wijzigen of kan de ophaling ook op zon- en feestdagen gebeuren (bv. bij extreme warmte).
§ 2 De voorgeschreven recipiënten moeten door de inwoners aangeboden worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De inwoners van wegen, plaatsen of stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten de voorgeschreven recipiënten neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.
§ 3. De inwoners die de recipiënten buitenzetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel zwerfvuil dat hiervan afkomstig is en staan zelf in voor het opruimen ervan.
§ 4. Het is verboden de langs de openbare weg staande recipiënten te openen, geheel of gedeeltelijk te ledigen en/of te doorzoeken, met uitzondering van het bevoegde personeel in de uitoefening van hun functie. In aanvulling wordt het toevoegen van eigen afval aan het recipiënt van een andere aanbieder gelijkgesteld aan sluikstorten, waarop artikel 6 van toepassing is.
§ 5. De geledigde recipiënten dienen door de aanbieder op de dag van de lediging terug te worden verwijderd van de openbare weg, tenzij anders afgesproken met de gemeente.
§ 6. Gashouders of andere ontplofbare voorwerpen (munitie, vuurwerk, enz.) mogen niet worden aangeboden, noch bij om het even welke andere selectieve inzameling.
Woonsites met ondergrondse afvalcontainers
§ 1. In woonsites waar ondergrondse afvalcontainers voor specifieke afvalfracties staan, is het verplicht deze afvalfracties van huishoudelijk afval of hiermee gelijkgestelde bedrijfsafvalstoffen aan te bieden in de ondergrondse afvalcontainers. De aanbieding gebeurt op volgende wijze: - in de daarvoor voorziene fractierecipiënten (de bovengrondse inwerpzuil) - met een daartoe bestemde persoonlijke badge of via eID.
§ 2. Fracties waarvoor geen recipiënten voorzien zijn op de woonsite, worden aangeboden zoals voorzien in de artikels met betrekking op selectieve inzameling.
Afdeling 4 – Afval op standplaatsen
Artikel 9
§ 1. De uitbater van een inrichting, zowel permanent (horeca, take away, winkels,…), als tijdelijk (bv. markten, kermissen, braderijen,…), die tabaksproducten, voedingsmiddelen of dranken verkoopt of aanbiedt die buiten de inrichting onmiddellijk kunnen worden verbruikt, moet op een behoorlijke wijze, voldoende duidelijk zichtbare en goed bereikbare selectieve inzamelrecipiënten voorzien en instaan voor een correcte inzameling, verwijdering en verwerking van het afval.
Artikel 10
§ 1. De afvalstoffen dienen selectief te worden ingezameld in hun respectievelijke inzamelrecipiënten. Deze inzamelrecipiënten dienen voorzien te zijn van een duidelijk leesbaar opschrift dat aangeeft welke afvalstoffen erin gedeponeerd mogen worden. De nodige maatregelen moeten worden genomen zodat de ingezamelde afvalstoffen maximaal worden hergebruikt of gerecycleerd.
Artikel 11
§ 1. De locatie waar de inzamelrecipiënten geplaatst worden en het aantal inzamelrecipiënten, alsook de aard van de in te zamelen afvalstoffen kunnen door de gemeente bepaald worden.
Artikel 12
§ 1. De uitbater moet de inzamelrecipiënten zelf tijdig ledigen en het inzamelrecipiënt, de standplaats en de onmiddellijke omgeving van de inrichting rein houden. De uitbater ruimt minstens elke openingsdag alle afvalstoffen op die afkomstig zijn van de producten die hij verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting.
Afdeling 5 – Afval van huisdieren
Artikel 13
De eigenaars en houders van huisdieren zijn verplicht te beletten dat de voetpaden en aanpalende huizen, bermen tussen voetpad en rijweg, begraafplaatsen, openbare parken, bossen, tuinen, speelpleinen en andere voor het publiek toegankelijke zones en de fiets- en rijwegen bevuild worden door hun dieren.
Kleine huisdieren mogen zich enkel op de voorziene locaties ontlasten. Indien uitwerpselen terecht komen op de voornoemde plaatsen, is de eigenaar of houder van het dier verplicht deze uitwerpselen te verwijderen en te deponeren in een straatvuilbak of in een speciaal daarvoor voorzien inzamelrecipiënt of moeten de uitwerpselen voldoende verpakt meegegeven worden met de gemeentelijke inzameling van huisvuil.
De voormelde verplichtingen ontslaan de aangelanden echter niet van hun eigen verplichtingen om de openbare weg rein te houden.
De begeleiders van kleine huisdieren zijn verplicht steeds een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier in bezit te hebben. Het zakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.
De bepalingen van artikel 13, lid 1 tot en met 4 zijn niet van toepassing op blindengeleide- en assistentiehonden.
Eigenaars en houders van grote huisdieren zijn verplicht om de uitwerpselen van hun dieren die publiek toegankelijke zones bevuilen, te verwijderen.
Afdeling 6 – Reclamedrukwerk en gratis regionale pers
Artikel 14
Het is voor bedelers van reclamedrukwerk en gratis regionale pers verboden om reclamedrukwerk en gratis regionale pers te bedelen in leegstaande panden, op het recyclagepark of op andere plaatsen, dan de brievenbus, tenzij mits toelating van de gemeente.
De gemeente en/of I.V.I.O. stelt stickers ter beschikking van de inwoners waarop wordt aangegeven dat reclamedrukwerk en/of gratis regionale pers niet gewenst zijn. Het is verboden reclamedrukwerk te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk, maar wel gratis regionale pers te willen ontvangen. Het is verboden reclamedrukwerk en gratis regionale pers te deponeren in een brievenbus met een sticker die aangeeft geen reclamedrukwerk en geen gratis regionale pers te willen ontvangen. Indien de gegevens van de bedeler niet gekend zijn, dan zal de verantwoordelijke uitgever als aansprakelijke worden weerhouden. Is er geen verantwoordelijke uitgever vermeld, dan is het bedrijf waarvoor reclame wordt gemaakt of de organisator van de activiteit waarvoor reclame wordt gemaakt, aansprakelijk.
Het is tevens verboden autokaartjes achter te laten op geparkeerde voertuigen.
Klachten met betrekking tot de niet-naleving van artikel 14 worden bij voorkeur aan de gemeentelijke milieudienst en via mail op het e-mailadres sticker@ovam.be of per post aan de OVAM, dienst ketenbeheer en lokale besturen, Stationsstraat 110 in 2800 Mechelen gemeld.
Afdeling 7 – Gebruik ballonnen
Artikel 15
Het oplaten van (helium-) ballonnen is verboden of moet aangevraagd worden aan de gemeente.
Afdeling 8 – Zakasbakjes
Artikel 16
Bij roken van tabaksproducten in de openbare ruimte is het verplicht de peuken en assen die daarbij ontstaan, op te vangen in een zakasbakje (een draagbare asbak voor de opvang van peuken en assen van tabaksproducten) of in een daartoe voorzien recipiënt. Het zakasbakje dient op het verzoek van de toezichthouder getoond te worden.
Hoofdstuk II – Inzameling van restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 17
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval verstaan: alle afvalstoffen, ontstaan door respectievelijk de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, die in de voorgeschreven restafvalcontainer voor de restafvalophaling kunnen geborgen worden, met uitzondering van papier en karton, textiel, glas, klein gevaarlijk afval, gftafval, plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen en drankkartons (PMD), herbruikbaar materiaal en andere verplicht in te zamelen selectieve afvalstoffen.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 18
§ 1. Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval worden minstens tweewekelijks huis-aan-huis opgehaald langs de voor de geregistreerde vervoerders of de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars toegankelijke straten, wegen en pleinen, op de door I.V.I.O. bepaalde dagen.
§ 2. Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval mogen niet worden meegegeven met een inzameling andere dan deze van het restafval en vergelijkbaarbedrijfsafval.
§ 3. Vergelijkbare bedrijfsafvalstoffen zijn “bedrijfsafvalstoffen van vergelijkbare aard, samenstelling en hoeveelheid als huishoudelijke afvalstoffen, die ontstaan ten gevolge van activiteiten die van dezelfde aard zijn als activiteiten van de normale werking van een particuliere huishouding”. Voor dit vergelijkbaar bedrijfsafval geldt een concrete gewichtsbeperking voor een container van 22,5 kg per tweewekelijkse ophaling.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 19
§ 1. Het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval dienen gescheiden aangeboden te worden in een restafvalcontainer die door I.V.I.O. ter beschikking gesteld wordt. Deze container draagt het logo van de Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. en is voorzien van een ingebouwde elektronische gegevensdrager die in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld wordt.
Deze chip controleert de betalingsstatus en wordt niet geledigd wanneer een saldo zich onder de drempelwaarde bevindt (vastgelegd door I.V.I.O.), conform dit reglement wordt artikel 7 aangesproken en dient de aanbieder de niet-aanvaarde afvalstoffen terug binnen te nemen.
De restafvalcontainer met chip wordt in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld en blijft eigendom van de opdrachtnemer I.V.I.O. Alle inwoners in de gemeente die als dusdanig ingeschreven zijn in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister zijn voor de inzameling van hun restafval verplicht gebruik te maken van deze restafvalcontainer met chip.
De restafvalcontainer wordt aan huis afgeleverd en kan niet worden geweigerd.
§ 2. Het gewicht per aangeboden restafvalcontainer mag niet groter zijn dan:
- 15kg voor een container van 40L
- 60kg voor een container van 120L
- 110kg voor een container van 240L
§ 3. De restafvalcontainer moet volledig gesloten aangeboden worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen. De restafvalcontainer moet met de handgrepen naar de straatzijde geplaatst worden.
De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de container. Onder deugdelijk gebruik wordt verstaan dat de restafvalcontainer zuiver moet gehouden worden, degelijk onderhouden moet worden en uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van restafval.
§ 4. In geval van beschadiging of verlies/diefstal van de toegewezen restafvalcontainer dient de gebruiker I.V.I.O. hiervan onverwijld, via de infolijn of via het burgerportaal, in kennis te stellen met het oog op de herstelling of vervanging door een nieuwe container. In geval van oneigenlijk gebruik kunnen de kosten van herstelling of vervanging verhaald worden op de gebruiker. In geval van diefstal dient de gebruiker onverwijld een proces-verbaal te laten opmaken door de politie en dit voor te leggen.
§ 5. De container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd. In geval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de container (en optioneel slot) mee te nemen naar zijn nieuw adres. De container moet leeg en gereinigd worden en op het oorspronkelijke adres achtergelaten worden.
§ 6. De Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. verleent de mogelijkheid om te allen tijde tegen betaling (of zonder vergoeding tegen bepaalde voorwaarden) een omruiling te doen van de restafvalcontainer en dit via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
§ 7. Inwoners die ten gevolge van een verhuis binnen of naar de gemeente niet over een restafvalcontainer beschikken of een ander volume wensen, dienen hiervoor contact op te nemen via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
§ 8. Voor inwoners die occasioneel meer restafval wensen mee te geven met de huis-aan-huis-ophaling is het aanbieden van extra restafval in zakken met een inhoud die in de restafvalcontainer past toegestaan. Deze restafvalzakken zijn te voorzien door de inwoners zelf. Per gezin mogen er maximaal 3 keer per kalenderjaar 4 zakken met extra restafval aangeboden worden. Deze zakken worden in de container geplaatst en gewogen, dus de zak mag niet groter zijn dan 60L.
De inwoner dient dit minstens 4 dagen voor de ophaling te melden via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. opengesteld wordt. Het extra restafval wordt in een zak aangeboden die naast de restafvalcontainer aangeboden wordt. Deze zak moet in de restafvalcontainer geplaatst kunnen worden door de ophaler zodat deze mee gewogen en aangerekend wordt met het afval dat al in de container werd aangeboden.
§ 9. Het restafval en vergelijkbaar bedrijfsafval dienen aangeboden te worden in een toestand die geen risico inhoudt voor de veiligheid en/of gezondheid van de ophaler. Voorwerpen met risico tot ontploffing of ontbranding zijn verboden in de restafvalcontainer. Scherpe voorwerpen dienen zodanig verpakt te worden dat ze geen gevaar kunnen opleveren voor de ophalers én verwerkers van het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval.
Daarnaast is het niet toegestaan om het restafval zodanig aan te drukken dat de automatische lediging door de ophaalwagen onmogelijk wordt.
Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van restafval vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat. De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure. De gemeente geeft in dit geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden. Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsgebied mag enkel door I.V.I.O. of een door I.V.I.O. aangestelde inzamelaar gebeuren.
Hoofdstuk III – Inzameling van groot selectief afval en grofvuil
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 20
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder groot selectief afval en grofvuil verstaan: alle afvalstoffen die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en de gelijkgestelde afvalstoffen die omwille van de omvang, de aard en/of het gewicht niet in de recipiënten voor de huisvuilophaling kunnen geborgen worden. Het betreft dus grote stukken brandbaar materiaal, zoals meubels, vervuilde matrassen, tapijten etc. die te groot zijn om de restafvalcontainer te passen en niet bij een specifieke selectieve inzameling horen. Verder mag de burger met deze inzameling ook afvalstoffen meegeven die via het recyclagepark selectief ingezameld worden, maar die hij omwille van hun omvang of gewicht niet zelf kan brengen. Die laatste groep, het groot selectief afval, wordt achteraf nog uitgesorteerd en naar recyclage afgevoerd.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 21
§ 1. Het groot selectief afval en grofvuil wordt minstens tweemaal per jaar op afroep tegen betaling huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht, op de door I.V.I.O. bepaalde dagen. Het groot selectief afval en grofvuil wordt ook ingezameld op het recyclagepark. Herbruikbare goederen kunnen gratis worden aangeboden op het recyclagepark of bij het kringloopcentrum waarmee de intergemeentelijke vereniging I.V.I.O. een overeenkomst heeft afgesloten.
§ 2. Voor de ophaling op afroep moet vooraf een afspraak gemaakt worden met vermelding van de op te halen materialen. Praktische afspraken worden gemaakt over de manier van aanbieding. Meer informatie en reservatie via de I.V.I.O. website.
§ 3. Het groot selectief afval en grofvuil mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval of een inzameling, andere dan deze van het groot selectief afval en grofvuil. Zowel selectieve fracties als brandbaar afval kunnen wel steeds worden aangeboden op het recyclagepark.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 22
§ 1. Groot selectief afval en grofvuil moet – indien nodig – stevig samengebonden worden zodat het niet kan uiteenvallen. Het mag niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden.
§ 2. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet meer bedragen dan 30 kg. Het grofvuil mag niet langer zijn dan 2 meter, 2 meter op 1 meter of groter dan 1 m³.
§ 3. Scherpe voorwerpen moeten op een veilige wijze worden verpakt alvorens te worden meegegeven met het grofvuil.
§ 4. Groot selectief afval en grofvuil dat wordt aangeboden op een wijze die niet voldoet aan deze voorwaarden wordt niet meegenomen. De aanbieder dient dit afval nog dezelfde dag te verwijderen.
§ 5. De inwoners van wegen, plaatsen en stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten hun afvalstoffen neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.
§ 6. De inwoners die groot selectief afval en grofvuil buiten zetten zijn verantwoordelijk voor het eventueel uitspreiden van de inhoud ervan en staan zelf in voor het opruimen.
§ 7. Groot selectief afval en grofvuil dat om welke reden dan ook niet werd meegenomen, moet nog dezelfde dag terug binnengehaald worden, conform de regeling die werd opgenomen in art.7.
§ 8. Het is verboden groot selectief afval en grofvuil te doorzoeken, tenzij door de politionele diensten, medewerkers van de ophaaldienst en beëdigde ambtenaren in het kader van de uitvoering van hun functie.
Hoofdstuk IV – Selectieve inzameling van holglas
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 23
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder holglas verstaan: hol glas, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit zoals: alle lege glazen flessen en bokalen van dranken, fruit en groenten, voedingswaren, confituren, sausen met uitzondering van vuurvaste voorwerpen, kristal, opaal glas, plexiglas, e.d.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 24
§ 1. Hol glas wordt ingezameld op de openbare weg in glascontainers die verspreid staan opgesteld in de gemeente. Het gebruik van de containers is uitsluitend voorbehouden aan de inwoners van de Intergemeentelijke vereniging I.V.I.O.
§ 2. Hol glas mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, of een selectieve inzameling, andere dan deze van glas.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 25
§ 1. Hol glas dat naar de glascontainer gebracht wordt, dient afhankelijk van de kleur, in de daartoe voorziene glascontainers te worden gedeponeerd. Hol glas dient leeg en voldoende gereinigd te zijn. Plastieken omhulsels dienen verwijderd te worden en selectief ingezameld te worden met het PMD.
Artikel 26
§ 1. Het deponeren in glascontainers van andere afvalstoffen dan hol glas is verboden. Het is verboden om naast de glascontainers glas of andere afvalstoffen achter te laten. Dit wordt beschouwd als sluikstorten.
§ 2. Het is verboden glas te deponeren in de glascontainers tussen 22.00 uur en 08.00 uur.
§ 3. I.V.I.O. past handhaving toe doormiddel van mobiele camera’s op sluikstortgevoelige plaatsen.
Hoofdstuk V – Selectieve inzameling van papier en karton
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 27
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder papier en karton verstaan: alle dag-, week- en maandbladen, tijdschriften en periodieken, reclamedrukwerk en ander drukwerk, publicaties, telefoon- en faxgidsen, schrijfpapier, kopieerpapier, computerpapier, boeken en papieren of kartonnen verpakkingen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit, met uitzondering van geolied papier of karton, papier met waslaag, carbonpapier, gelaagd papier, vervuild papier, vervuilde papieren en kartonnen verpakkingen, papieren voorwerpen waar kunststof of andere materialen in verwerkt zijn, kaarten met magneetbanden, behangpapier, cement-, meststof- en sproeistofzakken, e.d.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 28
§ 1. De dienstregeling voor de papier- en kartonophaling wordt in samenspraak met I.V.I.O. vastgelegd en minstens jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt. De ophaalkalender is tevens online consulteerbaar of via de Recycleapp. Papier en karton wordt ook ingezameld op het recyclagepark.
§ 2. Papier en karton mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van papier en karton.
§ 3. Het papier en karton van ambachtelijke en handelsactiviteiten kan slechts worden meegegeven met de ophalingen van het papier en karton indien hun wijze van aanbieding beantwoordt aan de bepalingen van dit hoofdstuk.
Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van papier en karton vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat. De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure. De gemeente geeft in dit geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden. Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsbied mag enkel door I.V.I.O. gebeuren.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 29
§ 1. Het papier en karton mag niet los aangeboden worden: kartonnen dozen dienen in elkaar gevouwen of gescheurd te zijn. Het papier en/of karton moet vervolgens verpakt zijn in een andere kartonnen doos of samengebonden met natuurtouw.
§ 2. Het gewicht van de recipiënt mag niet groter zijn dan 15kg.
§ 3. Per aansluitpunt en per vierwekelijkse ophaling mag max. 1 m³ aangeboden worden.
Hoofdstuk VI – Selectieve inzameling van klein gevaarlijk afval
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 30
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder Klein Gevaarlijk Afval, hierna KGA genoemd, verstaan, de afvalstoffen zoals opgesomd in artikel 5.2.2.1 van het VLAREMA.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 31
§ 1. KGA wordt ingezameld op het recyclagepark.
§ 2. KGA mag niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van KGA.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 32
§ 1. Het KGA moet, afzonderlijk van andere afvalstoffen, aangeboden worden in een daartoe geschikt recipiënt, tenzij het fysisch onmogelijk is. Het aangeboden KGA wordt zoveel mogelijk in de oorspronkelijke verpakking, inclusief buitenverpakking, aangeboden om de identificatie te vereenvoudigen. Indien nodig brengt de voortbrenger zelf de aanduiding(en) over de aard, de samenstelling en de eventuele gevaren van het KGA op de verpakking aan. Producten van verschillende aard mogen niet worden samengevoegd. De aanbieder dient alle nodige voorzorgsmaatregelen te treffen om het lekken en andere ongewenste effecten van het KGA te voorkomen.
§ 2. Injectienaalden moeten worden aangeboden op het recyclagepark of bij de apotheker in een naaldcontainer die voldoet aan de ADR- reglementering.
Artikel 33
§ 1. Het KGA aangeboden op het recyclagepark wordt door het bevoegde personeel in de inrichting aansluitend bij het recyclagepark gedeponeerd. De aanbieder van het KGA mag dit niet zelf doen. tenzij dit voor bepaalde productgroepen specifiek wordt aangegeven.
Hoofdstuk VII – Selectieve inzameling aan huis van tuinafval
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 34
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder tuinafval verstaan: organisch composteerbaar afval zoals snoeihout, plantenresten, haagscheersel, bladeren, boomstronken, gazonmaaisel en kerstbomen, ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit. Onder snoeihout worden enkel takken met een diameter van minder dan 10 cm verstaan.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 35
§ 1. De dienstregeling voor tuinafval wordt in samenspraak met I.V.I.O. en jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt.
§ 2. Het tuinafval wordt aangeboden in tuincontainers tegen betaling.
Kerstbomen, snoeihout, wortelstronken en het overige tuinafval kunnen ook steeds aangeboden worden op het intergemeentelijk recyclagepark van I.V.I.O.
Hoofdstuk VIII – Selectieve inzameling van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong (PMD)
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 36
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder PMD verstaan:
- Plastieken verpakkingen van diverse aard (inclusief folies en zakjes).
- Metalen verpakkingen zoals drank- en conservenblikjes, aluminium schotels/schaaltjes en bakjes, schroefdoppen, deksels van flessen en bokalen, kroonkurken, dozen en bussen van sigaren, koekjes, chocolade, olie e.d., spuitbussen/aërosols van voedingsmiddelen en cosmetica, e.d..
- Drankkartons: elke laminaatverpakking (type brik) die vloeibare producten heeft bevat e.d. met uitzondering van papieren, kartonnen of glazen verpakkingen en elke andere selectief ingezamelde afvalstoffen.
§ 2. De aangeboden PMD mogen geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten.
Afdeling 2 – Inzameling
Artikel 37
§ 1. De dienstregeling voor de PMD inzameling wordt door I.V.I.O. vastgelegd en minstens jaarlijks via een huis-aan-huis bedeelde ophaalkalender aan de inwoners van de gemeente bekendgemaakt. De ophaalkalender is eveneens online consulteerbaar of via de recycle app.
§ 2. Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong mogen niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval, of een andere selectieve inzameling, andere dan deze van de plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons en restplastics van verpakkingen van huishoudelijke oorsprong.
§ 3. Metalen verpakkingen die via de PMD-inzameling opgehaald worden zijn niet toegelaten bij de fractie metalen gemengd.
§ 4. Indien de gemeente dit opteert kan de inzameling van PMD vervangen worden door wijkinzameling onder vorm van een sorteerstraat. De voorwaarden zijn opgenomen in een procedure. De gemeente geeft in dat geval aan welke bewoners de toegang verleend moet worden. Het ledigen en verwerken van huishoudelijk afval ingezameld via ondergrondse inzamelsystemen binnen het I.V.I.O. werkingsgebied mag enkel door I.V.I.O. gebeuren.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 38
§ 1. Plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons, plastiekfolies en zakjes, kunststofverpakkingen zoals bakjes, schaaltjes, vlootjes, potjes, tubes dienen aangeboden te worden in PMD-zakken van I.V.I.O.
§ 2. De verschillende fracties van plastic flessen en flacons, metalen verpakkingen, drankkartons, plastiekfolies en zakjes, kunststofverpakkingen zoals bakjes, schaaltjes, vlootjes, potjes, tubes mogen gemengd in de voorgeschreven PMD-zak van 60 of 90 liter worden aangeboden. Een 120l PMD-zak mag enkel gebruikt worden door officiële onderwijsinstanties.
§ 3. De aangeboden PMD-zak mag geen KGA, glas, etensresten of andere afvalstoffen bevatten, noch op enige wijze verontreinigd zijn.
§ 4. De verpakkingen in de blauwe zak mogen een volume hebben van maximaal 8 liter.
§ 5. Er mogen geen verpakkingen aan de buitenkant van de zak worden vastgemaakt.
§ 6. Per aansluitpunt mogen per tweewekelijkse ophaling maximum 3 zakken van 90 liter aangeboden worden.
Hoofdstuk IX - Selectieve inzameling van Afgedankte Elektrische en Elektronische Apparatuur (AEEA)
Afdeling 1. Definitie
Artikel 39
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder AEEA verstaan: de afvalstoffen zoals gedefinieerd in artikel 1.2.1§2.23° van het VLAREMA.
Afdeling 2. Inzameling
Artikel 40
§ 1. De AEEA worden ingezameld op het recyclagepark. AEEA kan ook gebracht worden naar of meegegeven worden met de eindverkoper als een gelijkaardig product wordt aangekocht. Herbruikbaar AEEA kan worden ingezameld door een erkend kringloopcentrum waarmee I.V.I.O. een overeenkomst heeft afgesloten. Voor heel klein AEEA (afgedankte elektrische en elektronische apparatuur zonder buitenafmetingen van meer dan 25 cm) kunnen, indien voldaan wordt aan de toepasselijke voorwaarden van VLAREM en VLAREMA, specifieke inzamelacties opgezet worden, onverminderd gemeentelijke bepalingen aangaande gebruik of inname van het openbaar domein.
§ 2. Rookdetectoren en gasontladingslampen moeten naar het recyclagepark gebracht worden en onbeschadigd in de daartoe geschikt recipiënt gedeponeerd worden.
§ 3. Afgedankte zaklampen worden samen en op dezelfde wijze als afgedankte batterijen ingezameld.
Afdeling 3. Wijze van aanbieding
Artikel 41
§ 1. De AEEA moet volledig worden aangeboden zonder ontbrekende onderdelen.
§ 2. Ze mag geen afvalstoffen bevatten die vreemd zijn aan het afgedankte product.
§ 3. Alle AEEA moet zodanig worden aangeboden dat ze geen gevaar opleveren voor de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van de afvalstoffen.
Hoofdstuk X – Selectieve inzameling van metalen gemengd
Afdeling 1 - Definitie
Artikel 42
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder metalen gemengd verstaan: alle door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit ontstane soorten van metalen voorwerpen waarvan de grootte sterk kan verschillen, met uitzondering van KGA, metalen verpakkingen die met de PMD-fractie ingezameld worden en afgedankte elektrische en elektronische apparatuur.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 43
§ 1. De metalen gemengd worden ingezameld via het recyclagepark. Deze fractie kan ook meegeven worden met de grofvuilophaling op afroep.
§ 2. Metalen gemengd mogen niet worden meegegeven met het restafval en het vergelijkbaar bedrijfsafval of een selectieve inzameling, andere dan deze van metalen gemengd.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 44
§ 1. Oude metalen kunnen enkel worden aangeboden aan huis bij grofvuil op afroep.
§ 2. Oude metalen moeten – indien nodig – stevig samengebonden worden zodat zij niet kunnen uiteenvallen. Ze mogen niet in afvalzakken, kartonnen dozen of papieren zakken worden aangeboden.
§ 3. Het gewicht van één afzonderlijk voorwerp of samengebonden bundel mag niet meer bedragen dan 30 kg. De oude metalen mogen niet langer zijn dan 2 meter, 2 meter op 1 meter of groter dan 1m³.
§ 4. Scherpe voorwerpen moeten op voldoende wijze worden verpakt alvorens te worden meegegeven met de oude metalen.
§ 5. Oude metalen mogen slechts na 20.00 uur van de dag voorafgaand aan de dag waarop de ophaling van de oude metalen plaats zal vinden en ten laatste om 6.00 uur op de dag van de ophaling zelf, aan de rand van de weg worden geplaatst.
§ 6. Oude metalen moeten door de inwoners geplaatst worden aan de rand van de openbare weg en voor het betrokken perceel, zonder evenwel het verkeer van voertuigen, fietsers en voetgangers te hinderen. De inwoners van wegen, plaatsen of stegen waar de wagens van de ophaaldienst niet door kunnen, of van woningen die afgelegen zijn van de openbare weg, moeten hun oude metalen neerzetten op de dichtst bij hun woning gelegen straathoek die wel bereikbaar is.
§ 7. Oude metalen die om welke reden dan ook niet werden meegenomen, moeten nog dezelfde dag terug binnengehaald worden, conform de regeling die werd opgenomen in art.7.
§ 8. Het is verboden oude metalen te doorzoeken, tenzij door de politiebeambten, de medewerkers van de Opdrachthoudende Vereniging of de door laatst genoemde gevolmachtigde personen en de leden van de technische uitvoeringsdienst van de gemeente/stad, in het kader van de uitvoering van hun opdrachten.
§ 9. Alle voorwerpen moeten zodanig aangeboden worden dat ze geen gevaar opleveren voor de geregistreerde inzamelaars, afvalstoffenhandelaars en -makelaars van de afvalstoffen.
Hoofdstuk XI – Selectieve inzameling van textiel
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 45
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder textielafval verstaan: alle afgedankte niet verontreinigde kledij (textiel en lederwaren), schoeisel, handtassen, beddengoed, woningtextiel (gordijnen, overgordijnen, tafelkleden, servetten…), lompen, e.d., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit).
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 46
§ 1. Het inzamelen van textielafval wordt uitsluitend georganiseerd door “de Opdrachthoudende vereniging I.V.I.O.” of door de haar aangewezen instellingen. Deze instellingen worden door I.V.I.O. bekend gemaakt via de website en middels de algemene milieucommunicatie en gemeentelijke informatiebladen.
§ 2. De inzameling geschiedt uitsluitend in de door I.V.I.O. opgestelde of toegelaten textielcontainers opgesteld in de gemeente, in de door I.V.I.O. uitgebate recyclageparken en in de inzamelcentra van de door haar aangewezen instellingen.
§3. Het is verboden om textielafval aan te bieden met het restafval of enige andere huis-aan-huis inzameling van selectief ingezamelde afvalstoffen.
De locaties van de textielbrengpunten zijn online consulteerbaar. Illegaal geplaatste inzamelcontainers zullen verwijderd worden en gerapporteerd aan OVAM.
Afdeling 3 - Wijze van aanbieding
Artikel 47
§ 1. Het textiel dient bij het deponeren in een container in een degelijke en goed gesloten zak verpakt te zijn. Het aangeboden textiel mag niet nat, bevuild of totaal versleten zijn.
§ 2. Het is verboden om naast de textielcontainers lege of volle dozen, kratten, zakken of andere voorwerpen achter te laten, ook al is de container volledig gevuld.
Hoofdstuk XII – Selectieve inzameling van asbest
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 48
§ 1. Voor de toepassing van deze verordening wordt onder asbest verstaan het hechtgebonden asbest zoals eterniet, golfplaten, asbestleien, dak- en gevelleien, gas-, water- en rioleringsleidingen, bloembakken, e.d., die ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding (en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit).
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 49
§ 1. Hechtgebonden asbest moet verpakt aangeleverd worden op de recyclageparken. De zakken zijn specifiek bestemd voor dit afval en kunnen aangekocht worden op alle recyclageparken van I.V.I.O. Het gebruik van andere zakken wordt niet toegestaan, alsook het verpakken van asbest op openbaar domein. Het deponeren van asbest onverpakt in de asbest of andere container op het recyclagepark wordt beschouwd als sluikstort.
§ 2. Hechtgebonden asbest wordt eveneens op afroep aan huis opgehaald (via aankoop plaatzakken of huur asbestcontainer). Dit overeenkomstig de modaliteiten zoals vastgelegd door I.V.I.O.
§ 3. Asbest mag niet worden meegegeven met het restafval of een selectieve inzameling, andere dan deze van asbest. Reservatie via website I.V.I.O.
Afdeling 3 – Wijze van aanbieden
Artikel 50
§ 1. Hechtgebonden asbesthoudend materiaal mag enkel worden getransporteerd in open voertuigen of aanhangwagens indien het materiaal volledig verpakt is. De bestuurder van een voertuig dient alle maatregelen in acht te nemen om te vermijden dat asbesthoudend materiaal of stof in de omgeving terecht komt. De gevulde en goed afgesloten I.V.I.O. asbestzakken kunnen op een veilige manier in de respectievelijke container op het recyclagepark van Ingelmunster, Ledegem, Oostrozebeke en Tielt gedeponeerd worden.
§ 2. Voor de ophaling aan huis wordt voor het tijdstip van ophaling een afspraak gemaakt met I.V.I.O. De aanbieder is verantwoordelijk voor het vullen en correct sluiten van de plaatzakken of de inliner in de container. In de container mag het afval niet over de rand uitsteken en hoger dan de rand van de container komen.
§ 3. Bij de ophaling worden de gevulde plaatzakken/container aangeboden aan de rand (of op) de openbare weg. De aanbieder moet in het desbetreffende geval een inname openbaar domein aanvragen.
Hoofdstuk XIII – Selectieve inzameling van groente-, fruit- en tuinafval (GFT)
Afdeling 1 – Definitie
Artikel 51
§ 1. Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt onder GFT-afval verstaan: groente-, fruit- en tuinafval en niet-recycleerbaar papier ontstaan door de normale werking van een particuliere huishouding en een vergelijkbare bedrijfsactiviteit. Het gaat hier om organisch composteerbaar afval zoals schillen en resten van fruit, groenten en aardappelen, plantaardig en dierlijk keukenafval en etensresten, vlees- en visresten, vaste zuivelproducten, broodresten, koffiedik, theebladeren, eieren, eierschalen, doppen van noten, pitten van vruchten, fijn tuin- en snoeiafval (bv. gras, bladeren, onkruid, haagscheersel, kamerplanten, snijbloemen), niet-recycleerbaar papier (bv. broodzakken, papieren koffiefilter, keukenrolpapier), schaafkrullen en zaagmeel van onbehandeld hout.
§ 2. Andere afvalstoffen zoals grof ongesnipperd snoeihout, dikke takken, beenderen en dierlijk (slacht-)afval (bv. visgraten en botjes van vlees), schelpen van bv. mosselen en oesters, kattenbakvulling, vogelkooizand, mest van dieren, dierenkrengen, plastiek, glas, metalen, batterijen, houtskool en asresten van kachel, barbecue of asbak, aarde, zand, stenen, stof uit de stofzuiger, wegwerpluiers en ander hygiëne-afval, sauzen, vet of olie, vloeistoffen (bv. soep, melk of koffie), , behandeld hout e.d. worden niet als gft beschouwd.
Afdeling 2 - Inzameling
Artikel 52
§ 1. Het GFT wordt huis-aan-huis opgehaald langs de straten, wegen en pleinen waar de ophaling is ingericht.
§ 2. GFT mag niet meegegeven worden met het huisvuil, het grofvuil of een selectieve inzameling, andere dan deze van GFT.
§ 3. Verontreinigd GFT wordt niet aanvaard bij de selectieve inzameling.
Afdeling 3 – Wijze van aanbieden
Artikel 53
§ 1. Het GFT dient gescheiden aangeboden te worden in GFT-containers voorzien van het I.V.I.O.-logo en van een ingebouwde elektronische gegevensdrager die in opdracht van de gemeente ter beschikking gesteld worden. De GFT-container met chip blijft eigendom van I.V.I.O. Het gebruik van een ander recipiënt is verboden.
§ 2. Het gewicht per aangeboden container mag niet groter zijn dan:
- 15kg voor een container van 40L
- 60kg voor een container van 120L
§ 3. De GFT-container moet volledig gesloten aangeboden worden en mag noch scheuren, barsten of lekken vertonen. De GFT-container moet met de handgrepen naar de straatzijde geplaatst worden.
De gebruikers zijn verantwoordelijk voor het deugdelijk gebruik en onderhoud van de container. Onder deugdelijk gebruik wordt verstaan dat de GFT-container zuiver moet gehouden worden, degelijk onderhouden moet worden en uitsluitend mag aangewend worden voor de opslag van GFT.
§ 4. In geval van beschadiging of verlies/diefstal van de toegewezen GFT-container dient de gebruiker I.V.I.O. hiervan onverwijld, via de infolijn of via het burgerportaal, in kennis te stellen met het oog op de herstelling of vervanging door een nieuwe container. In geval van oneigenlijk gebruik kunnen de kosten van herstelling of vervanging verhaald worden op de gebruiker. In geval van diefstal dient de gebruiker onverwijld een proces-verbaal te laten opmaken door de politie en dit voor te leggen.
§ 5. De container dient verbonden te blijven aan het adres waar hij is geleverd. In geval van verhuizing is het de gebruiker niet toegestaan om de container (en optioneel slot) mee te nemen naar zijn nieuw adres. De container moet leeg en gereinigd worden en op het oorspronkelijke adres achtergelaten worden.
§ 6. De Intergemeentelijke Vereniging I.V.I.O. verleent de mogelijkheid om ten allen tijde tegen betaling (of zonder vergoeding tegen bepaalde voorwaarden) een omruiling te doen van de restafvalcontainer en dit via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
§ 7. Inwoners die ten gevolge van een verhuis binnen of naar de gemeente niet over een huisvuilcontainer beschikken of een ander volume wensen, dienen hiervoor contact op te nemen via de infolijn of het burgerportaal dat door I.V.I.O. wordt opengesteld.
Hoofdstuk XIV – Gebruik van een gehuurde afzetcontainer
Artikel 54
§ 1. De inwoners en bedrijven die naast de reguliere inzameling zich willen ontdoen van afvalstoffen via een afzetcontainer, dient hiervoor steeds toelating te vragen aan het college van burgemeester en schepenen. Het is de inwoner zelf die deze toelating moet aanvragen. Deze aanvraag kan niet overgedragen worden aan de containerfirma die de container plaatst. De toelating kan gepaard gaan met een tijdelijk parkeerverbod.
Artikel 55
§ 1. Indien de afzetcontainer op de openbare weg geplaatst wordt, moet de betrokken container voorzien zijn van rode en witte strepen aan de voor- en achterkant en dit over minstens 1 vierkante meter per kant. Een verkeersbord met symbool D1 moet voorzien worden boven de container en een oranjegeel knipperlicht dient aangebracht te worden boven dit verkeersbord.
Artikel 56
§ 2. De toelating moet toegekend zijn, alvorens de afzetcontainer door de containerfirma mag geleverd worden. De termijnen (begin- en einddatum) van deze toelating moeten gerespecteerd worden. Indien de container niet is verwijderd tegen de dag zoals bepaald in de toelatingsbeslissing dan zal de gemeente de inwoner die de aanvraag heeft ingediend hiervoor aansprakelijk stellen.
Hoofdstuk XV – Strafbepalingen
Artikel 57
Volgende afvalgerelateerde kleine vormen van overlast worden bestraft met een gemeentelijke administratieve sanctie overeenkomstig artikel 119bis van de Gemeentewet, voor zover de wetten, besluiten, decreten, algemene en provinciale reglementen of verordeningen niet in andere straffen voorzien:
- het niet verwijderen van de huisvuil- of GFT-recipiënt van de openbare weg zoals bepaald in Artikel 8.§ 5.;
- het inzamelen van huishoudelijke afvalstoffen in strijd met het politiereglement;
- het achterlaten van zwerfvuil (o.a. sigarettenpeuken, kauwgom, blikjes, wikkels en andere lege verpakkingen);
- Het achterlaten, opslaan of storten van afvalstoffen op niet-reglementaire plaatsen, op niet- reglementaire tijdstippen of in niet-reglementaire recipiënten;
- het aanbieden van afvalstoffen bij een gemeentelijke inzameling op een wijze die niet overeenstemt met de bepalingen van deze politieverordening;
- het niet naleven van het verbod om reclamedrukwerk en regionale pers te bedelen in leegstaande panden of brievenbussen met een ja/neen- of neen/neen-sticker of op het openbaar domein. Het achterlaten van autokaartjes op geparkeerde voertuigen;
- het niet plaatsen van de nodige inzamelrecipiënten door verkooppunten voor tabaksproducten, drank en voeding bestemd voor onmiddellijke consumptie;
- het plaatsen van inzamelrecipiënten voor selectieve inzameling zonder bekomen goedkeuring door de gemeente en I.V.I.O.;
- het niet opruimen, minstens elke openingsdag, van alle afvalstoffen die afkomstig zijn van de producten die de uitbater verkocht heeft en dit in een straal van 25 meter vanaf de grens van de inrichting;
- het niet opruimen van hondenpoep of uitwerpselen van dieren;
- het niet bijhebben, door de begeleiders van kleine huisdieren, van een zakje voor het verwijderen van de uitwerpselen van hun dier;
- het niet bijhebben van een zakasbakje bij het roken in de openbare ruimte op plaatsen waar geen recipiënt is voorzien.
Artikel 58
§ 1. Alle andere overtredingen op de bepalingen van deze politieverordening worden bestraft met politiestraffen, voor zover wetten, decreten, algemene of provinciale verordeningen op dit vlak geen andere straffen voorzien.
§ 2. Wanneer afvalstoffen worden achtergelaten op een wijze of op een plaats in strijd met deze verordening kan de burgemeester jegens de overtreder de onmiddellijke opruiming van de in artikel 5§1 bedoelde afvalstoffen bevelen. Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de overtreder bezorgd. De overtreder beschikt over een termijn van maximum één week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester. Indien de overtreder weigert de afvalstoffen binnen de door de burgemeester vastgestelde termijn te verwijderen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.
§ 3. Indien geen overtreder kan aangeduid worden, kan de burgemeester jegens de eigenaar van het perceel waarop afvalstoffen werden achtergelaten in strijd met deze verordening de onmiddellijke verwijdering van de in artikel 5§1 bedoelde afvalstoffen bevelen. Dit bevel wordt per aangetekend schrijven aan de eigenaar bezorgd. De eigenaar beschikt over een termijn van maximum één week, te rekenen vanaf de ontvangst van het bevel van de burgemeester. Indien de eigenaar weigert de afvalstoffen binnen de door de burgemeester vastgestelde termijn te verwijderen, is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de eigenaar, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen.
§ 4. Indien alsnog een overtreder wordt vastgelegd, kan de in artikel 7§3 bedoelde eigenaar de kosten van de verwijdering van de in artikel 5§ 1. bedoelde afvalstoffen verhalen op de overtreder.
§ 5. Ongeacht artikel 7§2 en 3 is de gemeente gemachtigd ambtshalve en op kosten van de overtreder, de betrokken afvalstoffen op te ruimen of te laten opruimen, wanneer de afvalstoffen worden achtergelaten op een wijze of een plaats in strijd met deze politieverordening of met andere wettelijke bepalingen.
§ 6. Naar aanleiding van een ambtshalve verwijdering, overeenkomstig artikel 7§2, §3 en §5, kan de burgemeester gemeentelijke ambtenaren de opdracht geven het afval grondig te onderzoeken teneinde de identiteit van de overtreder te achterhalen.
§ 7. Wanneer een overtreding van een bepaling is begaan met een motorvoertuig wordt bij afwezigheid van de bestuurder de administratieve geldboete ten laste gelegd van de houder van de kentekenplaat van het voertuig. De houder van de kentekenplaat mag met alle middelen aantonen wie op het ogenblik van de feiten met het voertuig reed. Zo de door de houder van de kentekenplaat aangeduide persoon de inbreuk niet weerlegt of ontkent, wordt de administratieve geldboete hem ten laste gelegd.
Hoofdstuk XVI – Slotbepalingen
Artikel 59
Deze verordening zal bekend gemaakt worden overeenkomstig de artikels 286, 287 en 288 van het Decreet Lokaal Bestuur.
Artikel 53
§ 1. Een afschrift van deze verordening wordt conform artikel 119 van de Nieuwe Gemeentewet, dadelijk toegezonden aan de Deputatie, aan de griffie van de rechtbank van eerste aanleg en aan die van de politierechtbank. Ter kennisgeving zal eveneens een afschrift worden toegezonden aan de OVAM.
Artikel 60
§ 1.De gemeenteraadsbeslissing van (…) betreffende (…) wordt opgeheven .
[1] www.febupro.be
[2] Deze verordening moet enkel aan de gouverneur worden overgemaakt. Het is aan te raden deze verordening ter kennisgeving ook over te maken aan de andere instanties
[3] Het opheffen van de bestaande politieverordening ter vervanging door de nieuwe van kracht zijnde
In toepassing van artikel 454 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 houdende de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen, waarbij bepaald wordt dat minstens één buitengewone algemene vergadering belegd wordt in de loop van het laatste trimester van elk jaar om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgend boekjaar te bespreken en waarbij een door de raad van bestuur opgestelde begroting op de agenda van deze vergadering staat vermeld
Op 12 september 2025 ontving de gemeente een aangetekend schrijven van IVIO m.b.t. de buitengewone algemene vergadering IVIO van 15 december 2025 inzake de statutenwijziging (conform de decretale termijn van 90 dagen) met bijhorende stukken en met volgende agenda:
1. Goedkeuring statutenwijziging
2. Goedkeuring aanvraag tot definitieve afwijking van het Regiodecreet
3. Goedkeuring evaluatierapport 2019-2024
4. Goedkeuring ondernemingsplan 2025-2030
5. Kennisname van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie in 2026
6. Goedkeuring budget 2026
7. Varia
Zie de nagestuurde stukken (o.m. evaluatierapport 2019-2024, ondernemingsplan 2025-2030, krachtlijnen 2026 en budget 2026)
Na bespreking van deze agenda en bijhorende stukken
Art. 1 De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de agenda met volgende agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van IVIO van 15 december 2025
1. Goedkeuring statutenwijziging
2. Goedkeuring aanvraag tot definitieve afwijking van het Regiodecreet
3. Goedkeuring evaluatierapport 2019-2024
4. Goedkeuring ondernemingsplan 2025-2030
5. Kennisname van de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie in 2026
6. Goedkeuring budget 2026
7. Varia
Art. 2. De gemeenteraad verleent goedkeuring aan de voorgestelde statutenwijziging van de opdrachthoudende vereniging IVIO, de aanvraag tot definitieve afwijking van het regiodecreet, het evaluatierapport 2019-2024, het ondernemingsplan 2025-2030 en het budget 2026.
Art. 3. De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van 15 december 2025 zal zijn stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig gemeenteraadsbesluit en de punten van de agenda van de buitengewone algemene vergadering van 15 december 2025 goedkeuren.
Art. 4. Deze beslissing over te maken aan IVIO Lodewijk de Raetlaan 12, 8870 Izegem.
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
Een proefproject nieuw circulatieplan werd ingevoerd in het centrum Ardooie met daarin de invoering in de Prinsendreef van verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder met uitzondering van busverkeer van De Lijn en fietsers, bestuurders van speedpedelecs komende van Tielt.
Dit punt van het nieuw circulatieplan werd positief werd onthaald/gezien.
De verkeerscommissie heeft gunstig advies gegeven.
Art. 1: Er wordt verboden toegang, in beide richtingen, voor iedere bestuurder uitgezonderd busverkeer van De Lijn komende van de Brugstraat, fietsers en bestuurders van speedpedelecs ingesteld in de Prinsendreef tussen het kruispunt met de Motestraat en het kruispunt met de Kortrijksestraat.
Het verkeer van fietsen, speedpedelecs wordt in beide richtingen toegestaan.
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord C3 met onderborden M17 en SB250G type IV (uitgezonderd bussen De Lijn)
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt overgemaakt via loket lokale besturen (digitaal loket ABB).
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
De verkeersdruk in het centrum van de gemeente Ardooie is de laatste jaren toegenomen.
Er is meer fietsverkeer is in het centrum van de gemeente Ardooie.
Een proefproject nieuw circulatieplan werd ingevoerd in het centrum Ardooie met daarin de invoering van een zone 30 in bepaalde centrumstraten
Dit punt van het nieuw circulatieplan als positief werd onthaald/gezien.
De verkeerscommissie heeft gunstig advies verstrekt.
Art. 1: Er wordt een zone 30 ingevoerd/uitgebreid in volgende centrumstraten
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van de verkeersborden F4a en F4b
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt overgemaakt via loket lokale besturen (digitaal loket ABB).
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
Het verkeer in beide richtingen in de Kortrijksestraat tussen het kruispunt Motestraat en Prinsendreef is zeer druk en onveilig voor de weggebruiker.
Door verkeer in beide richtingen in de Kortrijksestraat werden een aantal ongevallen veroorzaakt door een smalle inrichting van de openbare weg.
Een proefproject nieuw circulatieplan werd ingevoerd in het centrum Ardooie met daarin de invoering van 1-richtingsverkeer in de Kortrijksestraat vanaf het kruispunt met de Motestraat richting centrum Ardooie.
Dit punt van het nieuw circulatieplan werd als positief onthaald/gezien.
De verkeerscommissie heeft gunstig advies gegeven.
Art .1: Er wordt éénrichtingsverkeer ingesteld in de Kortrijksestraat tussen het kruispunt met de Motestraat en het kruispunt met de Beverensestraat
Het verkeer van fietsen, speedpedelecs wordt in beide richtingen toegestaan.
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord C1 en F19 met onderbord M17.
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt overgemaakt via loket lokale besturen (digitaal loket ABB).
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
Er is toegenomen bedrijvigheid op de Tombrugstraat, vele wachtende vrachtwagens voor de verschillende bedrijven die eveneens de zichtbaarheid belemmeren.
De snelheid op de Tombrugstraat te Ardooie ligt hoog en dit brengt de verkeersveiligheid voor de weggebruiker in gevaar.
Dit punt is voorgelegd en goedgekeurd in de gemeentelijke verkeerscommissie.
Art. 1: Er wordt een snelheidsbeperking van 50 km/u ingesteld langsheen de Tombrugstraat vanaf het kruispunt met de Wezestraat tot aan het kruispunt met de Izegemsestraat.
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord C43 en C45.
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt ter kennisgeving overgemaakt via loket voor lokale besturen (digitaal loket ABB).
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
De openbare parking ter hoogte van het CC ‘t Hofland is ingericht voor het parkeren van personenwagens.
GC ‘t Hofland is veel verhuurd voor allerhande feesten, bijeenkomsten, activiteiten van verenigingen, …
Deze parking wordt echter vaak gebruikt om vrachtwagens en dergelijke te parkeren voor langdurige periodes.
Art. 1: De parking van GC ‘t Hofland gelegen langsheen de Oude Lichterveldsestraat te Ardooie wordt ingericht als parking waarbij enkel het parkeren van motorfietsen, personenwagens, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen toegelaten is.
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord E9b.
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt in pdf-formaat overgemaakt via loket voor lokale besturen (digitaal loket ABB).
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
Parkeren langsheen de Hemelstraat tussen de Beverensestraat en de Onze-Lieve-Vrouwstraat brengt de nodige verkeershinder met zich mee.
Parkeren langsheen de Hemelstraat tussen de Beverensestraat en de Onze-Lieve-Vrouwstraat hindert de vlotte doorstroming van het verkeer richting de basisschool De Zonnebloem.
Dit punt is besproken en goedgekeurd in de gemeentelijke verkeerscommissie.
Art. 1: Er wordt een parkeerverbod ingevoerd langsheen de Hemelstraat tussen het kruispunt met de Beverensestraat en de aansluiting met de Onze-Lieve-Vrouwstraat en dit aan beide zijden van de openbare weg
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord E1 aangevuld enerzijds met het bord ‘begin van de reglementering’ en anderzijds met het bord ‘einde van de reglementering’.
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt overgemaakt via loket lokale besturen (digitaal loket ABB).
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
Overwegende de recente verkeersongevallen met lichamelijk letsel langsheen de Roeselaarsestraat (N37) op het kruispunt met de Sprietstraat en Vierwegstraat
Het overleg tussen wegbeheerder Agentschap Wegen en Verkeer en de gemeente Ardooie.
Links afslaan op de Roeselaarsestraat (N37) en het dwarsen van de Roeselaarsestraat (N37) brengt zowel vanuit de Sprietstraat als vanuit de Vierwegstraat de verkeersveiligheid voor de weggebruiker in gevaar.
Art. 1: Er wordt een verplicht rechts afslaan ingesteld op de Sprietstraat en de Vierwegstraat ter hoogte van het kruispunt met de Roeselaarsestraat.
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord D1.
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt ter goedkeuring overgemaakt aan de afdeling Mobiliteit en Verkeersveiligheid.
Nieuwe gemeentewet van 24 juni 1988
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
Wet betreffende de politie over het wegverkeer, gecoördineerd bij koninklijk besluit van 16 maart 1968
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Koninklijk besluit van 1 december 1975 houdende algemeen reglement op de politie van het wegverkeer en van het gebruik van de openbare weg
Ministerieel besluit van 11 oktober 1976 waarbij de minimumafmetingen en de bijzondere plaatsingsvoorwaarden van de verkeerstekens worden bepaald
Decreet van 16 mei 2008 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing van de verkeerstekens
Besluit van de Vlaamse Regering van 23 januari 2009 betreffende de aanvullende reglementen op het wegverkeer en de plaatsing en bekostiging van de verkeerstekens
Omzendbrief MOB/2009/01 van 3 april 2009
De openbare parking ter hoogte van het OC De Tassche is ingericht voor het parkeren van personenwagens.
OC De Tassche is veel verhuurd voor allerhande feesten, bijeenkomsten, activiteiten van verenigingen, …
Deze parking wordt veel gebruikt om vrachtwagens en dergelijke te parkeren voor langdurige periodes.
Art. 1: De parking van OC De Tassche gelegen langsheen de Roeselaarsestraat te Ardooie wordt ingericht als parking waarbij enkel het parkeren van motorfietsen, personenwagens, auto’s voor dubbel gebruik en minibussen toegelaten is.
Dit zal ter kennis gebracht worden van de weggebruikers door middel van het bord E9b.
Art. 2: Dit aanvullend reglement wordt ter goedkeuring overgemaakt aan de afdeling Mobiliteit en Verkeersveiligheid.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Gemeenteraadsbeslissing van 25 april 1979 houdende goedkeuring subsidie bitimineuze verharding, gewijzigd bij beslissing van 3 maart 1982, 14 februari 199 en 20 december 2001
Tot op heden gaf de gemeente een toelage voor verharding van toegangswegen van afgelegen woningen en bedrijven.
Slechts sporadisch is in het laatste decennium hiervan gebruik gemaakt.
Laatste uitbetaling dateert al van 2020, slechts in totaal vier subsidies verstrekt sedert 2014.
De gemeente streeft naar minder verharding zodat dit reglement niet meer past binnen de hedendaagse visie.
Daarom is het aangewezen dit subsidiereglement af te schaffen.
Art.1: Het subsidiereglement op bitimineuze verhardingen op toegangswegen tot bedrijven en woningen, goedgekeurd door de gemeenteraad in zitting van 20 december 2001 wordt afgeschaft.
Art.2: De afschaffing van dit subsidiereglement gaat in vanaf heden.
Decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
Het ‘Reglement voor de erkenning en subsidiëring van Seniorenverenigingen van Ardooie’ werd goedgekeurd in het dagelijks bestuur en stond ook op de agenda van de algemene vergadering.
Vraag van de seniorenraad om dit reglement in de gemeenteraad te laten goedkeuren.
Het reglement voor de erkenning en subsidiëring van Seniorenverenigingen van Ardooie zoals vastgesteld in bijlage wordt goedgekeurd.
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 40 en 41
Decreet van 22 december 2017 over het lokaal bestuur, de artikelen 388 tot en met 395
Decreet basisonderwijs van 25 februari 1997, de artikelen 125bis tot en met 125quaterdecies, zoals gewijzigd door het decreet van 5 april 2019 betreffende het onderwijs XXIX
Gemeenteraadsbesluit van 25 mei 2020 houdende verlenging van de huidige scholengemeenschap G-8 met zes schooljaren.
In het kader van de organisatie van het basisonderwijs kan een schoolbestuur een scholengemeenschap vormen met onderwijsinstellingen van andere schoolbesturen,
Een scholengemeenschap moet zowel kleuter- als lager onderwijs omvatten, op de eerste schooldag van februari 2026 minstens 900 gewogen leerlingen moet tellen en zich maximaal over vijf aangrenzende onderwijszones mag uitstrekken,
De huidige scholengemeenschap G-8 werd opgericht onder de vorm van een interlokale vereniging,
De huidige samenwerking werd vastgelegd in een overeenkomst die afloopt op 31 augustus 2026, na een werking van zes schooljaren,
Alle betrokken schoolbesturen kwamen overeen om de huidige samenwerking stop te zetten en een nieuwe scholengemeenschap op te richten zoals beslist in het beheerscomité van de scholengemeenschap op 16 oktober 2025,
Rekening houdend met bovenstaande wordt aan de gemeenteraad voorgesteld om
Art 1 De gemeenteraad beslist tot ontbinding van de huidige overeenkomst inzake scholengemeenschap G-8, georganiseerd onder de vorm van een interlokale vereniging, met ingang van 31 augustus 2026.
Art 2 De gemeenteraad beslist om een nieuwe scholengemeenschap op te richten voor een periode van zes schooljaren, startend op 1 september 2026 waarbij de nodige afspraken (o.m. personeelsnota) worden gemaakt die worden vastgelegd in een samenwerkingsovereenkomst.
Het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017
De statuten van de DVV Midwest; goedgekeurd door de raad van bestuur in zitting van 26 juni 2018 en de algemene vergadering in zitting van 18 december 2018
Kimara Goethals was in zitting van de gemeenteraad van 27 januari 2025 aangeduid als lid met raadgevende stem in DVV Midwest.
Ingevolge het ontslag van Kimara Goethals uit de gemeenteraad, kan zij niet meer zetelen in de raad van bestuur van DVV Midwest.
Bijgevolg dient een ander raadslid worden aangeduid. Oproep is gedaan bij de gemeenteraadsleden uit de oppositie om zich kandidaat te stellen.
Volgende personen hebben zich kandidaat gesteld: Elien Rosseel en Veerle Dejaeghere.
Veerle Dejaeghere 1 stem voor, Elien Rosseel 4 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 15 stemmen onthouden en 0 niet gestemd.
Veerle Dejaeghere 1 stem voor, Elien Rosseel 4 stemmen voor, 0 stemmen tegen, 15 stemmen onthouden en 0 niet gestemd na geheime stemming
Art. 1: De gemeenteraad draagt Elien Rosseel voor als lid met raadgevende stem voor de raad van bestuur van de dienstverlenende vereniging Midwest.
Art. 2: Een afschrift van dit besluit wordt bezorgd aan DVV Midwest, Spanjestraat 141, 8800 Roeselare of op dvv-midwest@midwest.be .
Decreet lokaal bestuur 22 december 2017
Statuten DVV Midwest dd. 22 december 2017, gewijzigd dd. 18 december 2018.
In 2018 werd bij de opstart van de werking van DVV Midwest onder begeleiding van kantoor Vandelanotte een prefilling opgemaakt om een ruling met de BTW commissie aan te vragen.
Bij de opmaak van het aanvraagdossier voor de ruling, heeft Vandelanotte gemotiveerd dat de werking van DVV Midwest onder verschillende uitzonderingsgronden valt zoals opgenomen in de BTW circulaire waardoor DVV Midwest vrijgesteld zou zijn van BTW.
Deze ruling werd uiteindelijk nooit formeel beoordeeld door de BTW commissie omdat men geen uitspraak kon doen over het voorafgaandelijk karakter. Sindsdien heeft DVV Midwest steeds gewerkt volgens de afgesproken principes in de prefilling. Dit betekent dat een transparante boekhouding wordt gevoerd (aanvullend volgens BBC), dat voor intergemeentelijk personeel een duidelijk overzicht wordt bijgehouden van de verschillende kosten die volgens een afgesproken verdeelsleutel verdeeld worden onder de deelnemende besturen.
De besturen hebben in het najaar 2024 de beslissing genomen om de NIP werking in te kantelen van PZ RIHO naar DVV Midwest. Naast Midwest-gemeenten maken ook niet-Midwest-gemeenten gebruik van deze dienstverlening (wat momenteel ook zo behouden zou blijven). Gelet op dit nieuw gegeven, keurde de raad van bestuur goed om advies in te winnen van Joost De Bauw, BTW expert.
Om te voldoen aan de voorwaarden van het Wetboek BTW dient DVV Midwest, op basis van het advies van Joost De Bauw, een nieuwe zelfstandige groepering op te richten met bijhorende administratieve formaliteiten. In uitvoering hiervan is een samenwerkingsovereenkomst opgemaakt om een kostendelende vereniging ‘intergemeentelijk samenwerking Midwest’ op te richten die ter goedkeuring wordt voorgelegd.
Art. 1. De gemeenteraad neemt akte van oprichting van de kostendelende vereniging “intergemeentelijke samenwerking Midwest”.
Art. 2. De gemeenteraad keurt de samenwerkingsovereenkomst goed.
Art. 3. Een afschrift van deze beslissing wordt bezorgd op dvv-midwest@midwest.be
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017
De gemeente en de burgers voortdurend geconfronteerd worden met de plaatsing van en/of onderhoud aan verschillende nutsvoorzieningen op gemeentelijk grondgebied.
Deze nutsvoorzieningen werkzaamheden vergen langs de gemeentelijke wegen en hebben aldus een impact op het openbaar domein.
Goedkeuring door de gemeente van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen die tot doel heeft een snelle en vlotte uitvoering van de werken te bevorderen, teneinde de hinder en de duur van de werken tot een minimum te herleiden.
Deze Code werd opgemaakt door een overlegplatform bestaande uit een delegatie van nutsbedrijven en een delegatie van de gemeenten.
Gelet op het feit dat er op het vlak van het onderhoud en de herstellingen ook geregeld dringende werken moeten worden uitgevoerd die verband houden met de continuïteit van de dienstverlening en dat er daarnaast een aantal werken zijn zoals aansluitingswerken, herstellingen en andere kleine onderhoudswerken die omzeggens constant een impact hebben op het openbaar domein.
Actualisatie van de code naar aanleiding van meer aandacht voor minder hinder, meer oog voor het totaal concept en het gebruik van nieuwe e-instrumenten GIPOD, KLIP....
Artikel 1 - Algemeen
Er wordt aan de eigenaar van elke nutsvoorziening een retributie aangerekend op de gemeentelijke dienstverlening en het gebruik van het gemeentelijk openbaar domein naar aanleiding van werken aan permanente nutsvoorzieningen op het gemeentelijk openbaar domein, in uitvoering en met toepassing van de Code voor Infrastructuur- en Nutswerken langs gemeentewegen.
Permanente nutsvoorzieningen omvatten:
- alle installaties (zoals kabels, leidingen, buizen, …), inclusief hun aanhorigheden (zoals kabel-, verdeel-, aansluit-, e.a. kasten, palen, masten, toezichts-, verbindings-, e.a. putten, …) dienstig voor het transport van elektriciteit, gas, gasachtige producten, stoom, drink-, hemel- en afvalwater, warm water, brandstof;
- alle trein- en tramsporen die zich bevinden op de openbare weg. Deze worden eveneens aanzien als nutsvoorzieningen.
De retributie is niet verschuldigd indien de werken worden uitgevoerd samen met of onmiddellijk voorafgaand aan wegen- of rioleringswerken uitgevoerd door de stad/gemeente of indien het werken zijn die uitgevoerd worden op verzoek van de stad/gemeente.
Deze retributie sluit elke andere heffing, semi-heffing, of waarborgstelling in het kader van werken aan permanente nutsvoorzieningen door de gemeente uit zowel in hoofde van de distributienetbeheerder als van haar werkmaatschappij en ongeacht of voorgenoemden deze werken uitvoeren in eigen naam, dan wel laten uitvoeren door derden in naam en voor rekening van de distributienetbeheerder of de werkmaatschappij.
Onderhavig retributiereglement gaat in vanaf 1 januari 2026 voor een termijn eindigend op 31 december 2028.
Artikel 2 - Retributie naar aanleiding van sleufwerken
De retributie naar aanleiding van sleufwerken is verschuldigd per dag en per meter openliggende sleuflengte voor alle sleufwerken. Zij bedraagt per meter sleuflengte voor werken in rijwegen 10,24 euro, voor werken in voetpaden 7,88 euro en voor werken in aardewegen 4,73 euro.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast, naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Indexatie gebeurt aan het begin van een nieuwe cyclus van 3 jaar.
Een begonnen dag geldt voor een volledige dag.
Artikel 3 - Retributie voor dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen, kleine onderhoudswerken en ter compensatie van diverse heffingen en belastingen
Voor de hinder veroorzaakt door de dringende werken, aansluitingswerken, herstellingen en kleine onderhoudswerken met een sleufoppervlakte van maximum 3m², wordt per kalenderjaar een retributie geheven van 1,00 euro per op het grondgebied van de stad/gemeente aanwezig aansluitingspunt.
Ter compensatie van diverse heffingen en belastingen in hoofde van zowel de distributienetbeheerder als zijn werkmaatschappij wordt een retributie voorzien van 0,5 euro per aanwezig aansluitingspunt op het grondgebied van de stad/gemeente.
Op deze basisbedragen wordt een indexatie toegepast., naar analogie met de door de VNR goedgekeurde niet-periodieke tarieven, zoals jaarlijks gepubliceerd in augustus.
Deze retributies zijn verschuldigd vóór het einde van ieder jaar. In dit kader doet iedere nutsmaatschappij vóór 15 december van ieder jaar opgave van het aantal aansluitingspunten op het grondgebied van de stad/gemeente.
Artikel 4 – Inning
De retributie dient te worden betaald binnen de 30 kalenderdagen na toezending van de facturen.
Artikel 5 – Definitief karakter
Dit retributiereglement wordt toegezonden aan de toezichthoudende overheid.
Het retributiereglement wordt overeenkomstig artikel 286 van het Decreet Lokaal Bestuur afgekondigd en bekendgemaakt.
Artikel 454 van het decreet lokaal bestuur van 22 december 2017 houdende de dienstverlenende en opdrachthoudende verenigingen, waarbij bepaald wordt dat minstens één buitengewone algemene vergadering belegd wordt in de loop van het laatste trimester van elk jaar om de te ontwikkelen activiteiten en de te volgen strategie voor het volgend boekjaar te bespreken en waarbij een door de raad van bestuur opgestelde begroting op de agenda van deze vergadering staat vermeld.
Uitnodiging tot de algemene vergadering op 10 december 2025 om 18u30 te Beernem.
Agenda:
Art. 1: Zijn goedkeuring te verlenen aan de agenda met volgende agendapunten van de buitengewone algemene vergadering van 10 december 2025 van de WVI:
Art. 2: De vertegenwoordiger van de gemeente die zal deelnemen aan de buitengewone algemene vergadering van 10 december 2025 zal zijn stemgedrag afstemmen op de beslissing genomen in onderhavig gemeenteraadsbesluit en de punten van de agenda van de buitengewone algemene vergadering WVI van 10 december 2025 goedkeuren.
Art. 3: Deze beslissing over te maken aan de WVI.
Decreet Lokaal Bestuur van 22 december 2017 (“DLB”) en in het bijzonder op art. 40 inzake de bevoegdheid van de gemeenteraad en inzake de intergemeentelijke samenwerking
De gemeente is deelnemer van de dienstverlenende vereniging C-smart (hierna kortweg “C-smart”)
De statuten van C-smart
Het gemeenteraadsbesluit van 24 februari 2025 inzake de aanduiding van de vertegenwoordiger van de gemeente op de algemene vergaderingen van C-smart
De oproeping tot de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 met de volgende agendapunten:
Toelichtende nota van C-smart betreffende de agendapunten van deze algemene vergadering
De voorstellen van de raad van bestuur van C-smart
Er is geen redenen voorhanden zijn om goedkeuring van de agendapunten te weigeren
Art. 1 Op basis van de bekomen documenten en de toelichtende nota worden de agendapunten van de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 goedgekeurd.
Art. 2 De vertegenwoordiger van de gemeente wordt gemandateerd om op de algemene vergadering van C-smart van 18 december 2025 te handelen en te beslissen conform dit besluit. Indien deze algemene vergadering niet geldig zou kunnen beraadslagen of indien deze algemene vergadering om welke reden dan ook zou worden verdaagd, dan blijft de vertegenwoordiger van de gemeente gemachtigd om deel te nemen aan elke volgende vergadering met dezelfde agenda.
Art. 3 Het college van burgemeester en schepenen wordt gelast met de uitvoering van onderhavig besluit en in het bijzonder met het in kennis stellen daarvan aan C-smart.
Decreet van 22 december 2017 betreffende het lokaal bestuur
de Vlaamse Codex Wonen van 2021
Besluit van de Vlaamse Regering van 11 september 2020 tot uitvoering van de Vlaamse Codex Wonen van 2021, zoals gewijzigd.
de wet van 24 juni 2013 betreffende de gemeentelijke administratieve sancties (GAS-wet)
Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de kwalificatie- en onafhankelijkheidsvoorwaarden van de ambtenaar belast met de oplegging van de administratieve geldboete en tot inning van de boetes in uitvoering van de wet betreffende de gemeentelijke administratieve sancties
Koninklijk besluit van 21 december 2013 tot vaststelling van de nadere voorwaarden en het model van het protocolakkoord in uitvoering van artikel 23 van de wet betreffende de administratieve sancties
Beslissing van de gemeenteraad van over de vaststelling van de algemene politieverordening regio Tielt, laatst gewijzigd op 27 mei 2024.
Beslissing van de gemeenteraad over de goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomsten in het kader van de sanctieprocedure bij administratieve sancties, afgesloten met Pittem, Ruiselede, Wingene, Lichtervelde en Ardooie
Gemeenteraadsbesluit tot vaststelling van de toepasselijke gemeentelijke reglementen betreffende verwaarlozing en leegstand/onafgewerktheid.
Besluit van de gemeenteraad van 30 juni 2025 tot goedkeuring van de overeenkomst met statuten betreffende de verlenging van de interlokale vereniging “intergemeentelijke samenwerking Woondienst Regio Tielt”
Besluit van de gemeenteraad van 30 juni 2025 betreffende goedkeuring van het projectdossier IGS lokaal woonbeleid voor de periode 2026 – 2031 met meerjarenbegroting
Besluit van het college van burgemeester en schepenen van 27 oktober 2025 betreffende de aanstelling van gemeentelijke vaststellers IGS Woondienst Regio Tielt inzake de uitvoering van woningkwaliteit, verwaarlozing, leegstand en gemeentelijke administratieve sancties (GAS)
IGS Woondienst Regio Tielt heeft als doel: de samenwerking rond wonen tussen de deelnemende gemeenten te versterken, het woonbeleid lokaal te verankeren, klantgerichte dienstverlening aan burgers te optimaliseren, en de kwaliteit van het woningpatrimonium en woonomgeving te verbeteren.
IGS Woondienst Regio Tielt kan worden ingeschakeld voor het uitvoeren van woningonderzoeken en voor de administratieve handelingen in het kader van de inventarisering van verwaarloosde woningen/gebouwen en van woningen/gebouwen die worden beschouwd als leegstand of onafgewerkt, zoals voorzien in de gemeentelijke reglementen.
De technici (dhr. Youri Samyn en dhr. Sven Heyerick) beschikken over de nodige erkenningen en brevetten (woningcontroleur, GAS-vaststeller) en zijn binnen IGS Woondienst Regio Tielt aangesteld om deze taken op het grondgebied van de deelnemende gemeenten uit te voeren.
Gelet op de noodzaak tot efficiënt optreden, en het belang van een correcte organisatie van de gemeentelijke en intergemeentelijke bevoegdheden, is het aangewezen hen formeel aan te stellen voor de genoemde bevoegdheden in elke deelnemende gemeente.
Voor het luik woningcontroleur en gemeentelijk administratieve eenheid leegstand en verwaarlozing verloopt de aanstelling via een collegebeslissing. Voor het luik GAS is nog een aanstelling door de gemeenteraad vereist.
In navolging van de vernieuwde intergemeentelijke samenwerking lokaal woonbeleid tussen de gemeentebesturen van Ardooie, Dentergem, Pittem, Tielt en Wingene (n.a.v. de fusies en toetreding van lokaal bestuur Ardooie) worden de volgende aanstellingen verricht inzake de uitvoering van woningkwaliteit, verwaarlozing, leegstand en gemeentelijke administratieve sancties (GAS).
Het is wenselijk dat de technisch adviseurs van IGS Wonen Regio Tielt een bestuurlijk verslag kunnen opmaken daar waar blijkt dat voorafgaande waarschuwing en sensibilisering rond het correct afficheren niet tot het beoogde resultaat leidt. De technisch adviseurs Sven Heyerick en Youri Samyn volgden hiervoor met succes de opleiding "gemeentelijk vaststeller GAS" bij de West-Vlaamse politieschool.
De gemeenteraad stelt twee gemeentelijke vaststellers van de IGS Woondienst Regio Tielt aan voor de uitvoering van gemeentelijke administratieve sancties. Hun aanstelling start op 1 januari 2026.
De raad stelt dhr. Youri Samyn en dhr. Sven Heyerick, technisch adviseurs IGS Wonen Regio Tielt, aan als gemeentelijke vaststeller van inbreuken tegen de algemene politieverordening regio Tielt (uitgezonderd de gemengde inbreuken), met ingang van 1 januari 2026
Een afschrift van dit reglement wordt toegestuurd aan de coördinator van IGS Woondienst Regio Tielt, de sanctionerend ambtenaar, de korpschef van de lokale politie, de Procureur des Konings, de griffier van de rechtbank van eerste aanleg, en de griffie van de politierechtbank van het gebied
De voorzitter sluit de zitting op 24/11/2025 om 21:00.
Namens Gemeenteraad,
Dominiek Pillaert
Algemeen directeur
Hein Defour
Voorzitter